wp6cbdfaa2.png
wpeb664b97.png
www.nederlandseliteratuur.info
Hieronder staat een werkstuk dat ik heb geschreven in het kader van het college Onderzoeksvragen in het tweede semester 2005-2006 aan de Universiteit Leiden. De noten - inclusief literatuurverwijzingen - zijn weggevallen. Wie interesse heeft in een exemplaar met noten en literatuurverwijzingen kan een e-mail sturen naar marjoleingommers@home.nl
Veel leesgenot!

PC Hooft en de moord op Floris V

Inleiding

Op 27 juni 1296 werd de Hollandse graaf Floris V door Gerard van Velzen vermoord. Deze gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis is een schoolvoorbeeld van mediëvisme en spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding van jong en oud. Talloze schrijvers hebben de moord behandeld in liederen, gedichten, kronieken, toneelstukken en romans. De moord is onder andere beschreven in een zeventiende-eeuws toneelstuk: Hoofts Geeraerdt van Velsen (1613). Dit toneelstuk staat in dit werkstuk centraal.
Moderne historici zoeken de aanleiding voor de gevangenneming van Floris V, die uiteindelijk escaleert in de moord op de Hollandse graaf, meestal in de internationale politiek: Floris zou het slachtoffer zijn geworden van een internationale samenzwering tijdens de Engels-Franse oorlog. Hooft ziet de oorzaak van Floris’ gevangenneming echter in de wrok van Gerard van Velzen, wiens vrouw hij had verkracht. In dit werkstuk ga ik na hoe de visie van Hooft tot stand is gekomen en dat doe ik op basis van de volgende deelvragen: welke historiografische bronnen heeft Hooft met betrekking tot de moord op Floris V gebruikt, hoe heeft hij deze verwerkt in zijn toneelstuk en hoe is zijn keuze te verklaren?

Het historiografisch onderzoek naar de moord op Floris V

Welke redenen geven contemporaine bronnen voor de dood van Floris V? Het grootste deel van de Hollandse historiografie uit het begin van de veertiende eeuw zwijgt over Floris’ misdaad. In de veertiende-eeuwse Hollandse kronieken van Melis Stoke (circa 1305), Willem Procurator (1322) en Jan Beke (circa 1350) wordt geen melding gemaakt van de verkrachting. Andere contemporaine bronnen vermelden de verkrachting slechts als gerucht, zoals Lodewijk van Velthems continuatie van Maerlants Spiegel historiael (circa 1315). Ten slotte zijn er contemporaine bronnen die de verkrachting zonder twijfel vermelden, zoals handschrift A van de Rijmkroniek (circa 1330-1340). De algemene opvatting is dat het verkrachtingsmotief rond 1440 in de Hollandse geschiedschrijving terecht is gekomen via een volkslied.
De vraag of Floris inderdaad de vrouw heeft verkracht van zijn latere moordenaar Gerard van Velzen is recentelijk opnieuw belicht door Burgers. Door al het beschikbare bronnenmateriaal naast elkaar te zetten, heeft Burgers getracht dichter bij de waarheid te komen dan tot dan toe het geval was. Alles afwegend stelt Burgers dat het op grond van het huidig beschikbare bronnenmateriaal niet valt uit te maken of Floris V inderdaad de vrouw van Gerard van Velzen heeft verkracht. Uit de bronnen blijkt dat het verhaal kort na de moord al de ronde deed, zowel in Holland als daarbuiten, in hoge kringen en onder het volk. Burgers wijst erop dat het vergrijp van Floris misschien niet de aanleiding tot de ontvoering is geweest, maar dat het wel een afdoende motief levert voor de diepe haat die Gerard van Velzen ertoe aanzette de graaf tijdens een ongelukkige samenloop van omstandigheden te vermoorden.
Moderne historici zoeken de aanleiding voor de ontvoering van de graaf meestal in de internationale politiek: Floris zou het slachtoffer zijn geworden van een internationale samenzwering tijdens de Engels-Franse oorlog van 1294 en volgende jaren. Aanvankelijk steunde Floris V de Engelse koning, maar toen Edward I zijn toezeggingen niet nakwam, liep Floris over naar het kamp van Filips de Schone. De Engelsen wilden daarna Floris kwijt. Er werd een samenzwering op touw gezet. Het brein achter de samenzwering was de Brabantse edelman Jan van Cuijck. Hij schakelde zijn neef Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden in om Floris af te zetten en te vervangen door zijn aan het Engelse hof opgevoede zoontje, die nog zo jong was dat in feite zijn omgeving zou regeren. Bij het Muiderslot liepen echter de zaken uit de hand toen het landvolk samendromde rond het slot en Floris opeiste. Er werd besloten met de graaf te vluchten. En toen ging het mis. De Gooiers kwamen steeds dichterbij. Gerard van Velzen moet toen in zijn teleurstelling, paniek en woede, liever dan de graaf te laten bevrijden, besloten hebben hem af te maken.
In tegenstelling tot het verkrachtingsmotief is voor de internationale samenzwering wel voldoende bewijsmateriaal beschikbaar om met enige zekerheid vast te kunnen stellen dat het verhaal op waarheid berust. Jan van Cuijks aandeel kwam bijvoorbeeld aan het licht toen Floris’ moordenaar Gerard van Velzen zich na een maandenlange belegering van het kasteel Kronenburg bij Loenen, waar hij zich met een aantal medeplichtigen had verschanst, moest overgeven en voor zijn terechtstelling een openbare biecht aflegde. Daarnaast staan in het Wardrobebook van Edwards 25e regeringsjaar (1296-1297) betalingen geboekt aan de hertog van Brabant, heer Jan van Cuijck, de heer Van Amstel en de heer Van Woerden. Ten slotte heeft Verkaik in zijn proefschrift uit 1995 nieuw bewijsmateriaal gepresenteerd: in een zestiende-eeuws papieren handschrift in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen is een afschrift van een zeer kort na dato geschreven brief over de gevangenneming en de moord opgenomen. Dergelijke nieuwsbrieven werden vaak door kroniekschrijvers als bron gebruikt. In de nieuwsbrief wordt uitvoerig uiteengezet hoe de coupplegers te werk zijn gegaan. Een Nederlandse vertaling van deze nieuwsbrief is opgenomen als bijlage bij dit werkstuk.

De bronnen van Hooft

Na jarenlang historiografisch onderzoek zijn de meeste historici het er inmiddels wel over eens dat de aanleiding voor de ontvoering van de graaf in de internationale politiek gezocht moet worden. Voor een belangrijk deel is dit te danken aan recent ontdekt bewijsmateriaal, zoals de Weense nieuwsbrief. Maar in hoeverre had Hooft toegang tot de historische werkelijkheid zoals wij die vandaag de dag kennen? Met andere woorden: welke bronnen had Hooft tot zijn beschikking?
Van Wel noemt in zijn artikel vier historiografische bronnen waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld dat Hooft ze voor zijn toneelstuk heeft gebruikt: een historielied over de moord op Floris V, de Rijmkroniek, de Divisiekroniek en een stadsgeschiedenis van Pontanus.
Vooral het feit dat Hooft gebruik heeft gemaakt van de Rijmkroniek levert, zoals later zal blijken, een interessant gegeven op voor de beantwoording van mijn onderzoeksvraag. De Rijmkroniek van Holland ontstond in enkele opeenvolgende stadia. In 1280-1282 schreef een anonieme auteur, werkzaam aan het hof van graaf Floris V, een berijmde kroniek over de vroegste geschiedenis van Holland tot het jaar 1205. In 1301-1302 en in of kort na 1305 vervaardigde Melis Stoke, klerk van de graven Jan II en Willem III, een vervolg op die eerste kroniek, waarin hij verslag doet van de gebeurtenissen die zijn voorgevallen sinds 1205. De zo ontstane Rijmkroniek werd nog weer later door Stoke omgewerkt tot een herziene versie.
De invloed van Stoke op Hooft komt onder andere naar voren in vers 388-390 van Hoofts toneelstuk:

HARMAN VAN WOERDEN
Uw hoge sprongen zijn, heer meester, nu gedaan.
Gij zult na dezen tijd der voeren niet meer drijven:
in onze hand is ’t, u te sparen of t’ontlijven.

Deze verzen zijn duidelijk ontleend aan boek IV vers 1472-1473 van de Rijmkroniek:

U hoghe spronghen sijn ghedaen
Ghine sult niet meer der voeren driven

Maar bij deze enkele verzen blijft het niet: ook de vermelde bijzonderheden van de moord in het verhaal van de trompetter in het vijfde bedrijf zijn zonder twijfel aan Stoke ontleend.
Hooft moet het werk van Stoke gekend hebben in de bekende uitgave van 1591 door Jan van der Does (Janus Dousa, 1545-1609). Deze editie is verloren gegaan, maar werd in 1620 ongewijzigd herdrukt te ’s-Gravenhage.
Stoke beschrijft de gebeurtenissen die hebben geleid tot de moord op Floris V uitvoerig. Het verkrachtingsverhaal wordt nergens door Stoke genoemd, wel vermeldt hij de internationale samenzwering. Stoke was blijkbaar aanwezig bij de openbare biecht die Gerard van Velzen voor zijn terechtstelling in Dordrecht aflegde: op verschillende plaatsen in zijn Rijmkroniek heeft hij verwijzingen naar zijn ooggetuigenverslag van de bekentenis opgenomen.
De overige bronnen waarvan door Van Wel is aangetoond dat ze door Hooft zijn gebruikt, bevatten allemaal het verkrachtingsverhaal en zwijgen over een internationaal complot.

De moord op Floris V in het toneelstuk

Welke motieven noemt Hooft in zijn toneelstuk Geeraerdt van Velsen voor de gevangenneming van Floris V, die uiteindelijk escaleert in de moord op de Hollandse graaf?
Hooft begint het eerste bedrijf van zijn toneelstuk met een monoloog van Machtelt van Velzen. Zij uit haar verdriet over het feit dat graaf Floris zich aan haar heeft vergrepen.
In het tweede bedrijf komen de gevangen genomen Floris en zijn belagers aan op het Muiderslot. Er volgt een confrontatie waarin Gerard van Velzen, Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel hun beschuldigingen tegenover Floris uiten. In de kern van de zaak verwijten zij hem alledrie hetzelfde: tiranniek gedrag. Daarnaast voert Gerard van Velzen twee persoonlijke motieven aan: Floris heeft Velzens vrouw verkracht en Velzens broer ter dood veroordeeld. Floris bekent min of meer schuld en vraagt wat hij moet doen om de zaak in juridisch opzicht te vereffenen. Van Velzen en Van Woerden maken hem duidelijk dat van vereffening geen sprake kan zijn, zij willen wraak.
In het derde bedrijf zijn de drie samenzweerders opnieuw bijeen en Van Amstel komt erachter dat Van Velzen en Van Woerden hem hebben misleid: zij stellen hun persoonlijke wraakzucht boven de belangen van het land en willen Floris zonder vorm van proces, levend of dood, uitschakelen. Van Amstel was tot dan toe in de veronderstelling dat zijn kameraden, net als hij, na de gevangenneming van Floris de Staten bijeen wilden roepen, zodat zij de buitensporige machtsuitoefening van de graaf konden terugbrengen binnen de vanouds gestelde grenzen. Van Velzen en Van Woerden voelen er niets voor de Staten bijeen te roepen, omdat zij er niet van overtuigd zijn dat die hun zijde zullen kiezen. Van Amstel wijst elk verzet tegen de tiran dat niet is gelegitimeerd door de Staten principieel af: als de Staten ervoor kiezen de tirannie te dulden, dan moet men zich daarbij neerleggen of in ballingschap gaan. Volgens Van Amstel zal uitschakeling van de Staten uiteindelijk tot burgeroorlog kunnen leiden.
In het vierde bedrijf schrikt Floris wakker doordat de geest van Velzens broer verschijnt en hem zijn spoedige dood voorspelt. Floris roept om Van Velzen en hij bekent schuld: hij heeft Velzens broer het graf in geholpen en hij heeft Velzens vrouw verkracht. Floris probeert Van Velzen genoegdoening te schenken door voor te stellen met zijn bastaarddochter te trouwen. Van Velzen is echter onverbiddelijk en laat Floris in wanhoop achter. Kort daarop naderen van alle kanten vijanden om de graaf te bevrijden en de edelen besluiten met Floris weg te trekken.
In het vijfde bedrijf sterft de dodelijk verwonde Floris. Een gevluchte trompetter is teruggekeerd naar het Muiderslot en hij vertelt Machtelt en haar hofdames wat er is gebeurd na het vertrek van de edelen met hun gevangene uit het Muiderslot: de hinderlaag van de Naarders bij Muiderberg en uiteindelijk de moord van Gerard van Velzen op Floris.
Tijdens het gehele toneelstuk komt duidelijk naar voren dat Van Velzen en Van Woerden gedreven worden door wraaklust en niet voor rede vatbaar zijn. De oorzaak van hun wrok ligt in Floris’ wandaad tegenover de vrouw van Gerard van Velzen, de dochter van Herman van Woerden. Het motief voor de gevangenneming van Floris V is volgens het toneelstuk van Hooft de wrok van Geeraerdt van Velzen, wiens vrouw door de graaf was verkracht.

Hoe is de keuze van Hooft te verklaren?

De internationale samenzwering wordt niet door Hooft als motief voor de gevangenneming van Floris genoemd. Dit kan twee redenen hebben: Hooft beschikte niet over bronnen die dit motief vermelden óf Hooft gebruikte de bronnen die dit motief vermelden niet.
Zoals ik eerder uiteen heb gezet, wijst Van Wel erop dat Hooft het werk van Stoke gekend moet hebben, want hij heeft een aantal verzen in zijn toneelstuk ontleend aan de Rijmkroniek: een kroniek die juist niet de verkrachting, maar wel de internationale samenzwering vermeldt! Waarom heeft Hooft, hoewel hij het verhaal over de internationale samenzwering uit de Rijmkroniek kende, niet Stokes opvatting van het geschil tussen Floris en de edelen overgenomen? Ik denk dat verschillende factoren hierbij een rol hebben gespeeld.
Ten eerste sprak het verkrachtingsverhaal waarschijnlijk meer tot de verbeelding van het publiek van een toneelstuk dan de internationale samenzwering.
Ten tweede was het verhaal over de internationale samenzwering voor de boodschap van Hooft irrelevant. Hooft wilde in het toneelstuk Gerard van Velzen tegenover Willem van Oranje plaatsen. Gerard van Velzen had de opstand tegen de tiran niet aangevoerd zoals Hoofts held prins Willem van Oranje het zou doen: als dienaar van de Staten.
Ten derde beschikte Hooft naast de Rijmkroniek waarschijnlijk niet over aanvullend bewijsmateriaal voor de internationale samenzwering, zoals de betalingen aan de edelen volgens het Wardrobebook en de Weense nieuwsbrief.
Ten vierde, en dat is misschien nog wel de belangrijkste factor, was het in de tijd dat Hooft zijn toneelstuk schreef algemeen bekend en aanvaard dat de graaf een verkrachter was geweest, een tiran. Het publiek van Hooft kende immers de historie vooral uit het historielied en de Divisiekroniek. Hooft mocht als dichter de summier overgeleverde geschiedenis volgens de vrijheid van de poëzie aankleden en aanpassen aan zijn dramatische verbeelding. Deze moest volgens de toenmalige opvattingen echter wel ‘waarschijnlijk’ blijven voor het publiek. Een auteur die bekende historische stof dramatiseerde, bleef daarbij dus ook enigszins gebonden aan de algemene kennis van zijn toehoorders en lezers. Daarom hield Hooft vast aan de verkrachting van Machtelt van Velzen, ook al kon hij weten dat de historiciteit van dit verhaal te betwijfelen was.

Conclusie

Hooft ziet de oorzaak van Floris’ gevangenneming, die uiteindelijk escaleert in de moord op de graaf, in Van Velzens wrok vanwege de verkrachting van zijn vrouw. Moderne historici daarentegen zoeken de aanleiding voor de ontvoering van de graaf meestal in de internationale politiek: Floris zou het slachtoffer zijn geworden van een internationale samenzwering tijdens de Engels-Franse oorlog. Hooft beschikte weliswaar over een bron die melding maakte van dit complot, maar heeft dit motief niet in zijn toneelstuk verwerkt.
Heeft Hooft te veel gebruik gemaakt van zijn dichterlijke fantasie? In mijn ogen heeft Hooft in ieder geval de historische werkelijkheid niet opzettelijk geweld aangedaan om Floris V daarmee in een kwaad daglicht te stellen. Latere mythevorming heeft ervoor gezorgd dat veel opeenvolgende generaties er zonder enige twijfel van overtuigd waren dat Floris de vrouw van Gerard van Velzen had verkracht. Het verhaal over de moord heeft in de vorm van een historielied eeuwenlang het publiek geboeid. Het mondeling overgeleverde lied vermeldde, anders dan de geschreven bronnen, niets meer van een samenzwering. Het is dus niet zo vreemd dat in de loop van de tijd het motief van de samenzwering naar de achtergrond verdween. Het publiek twijfelde waarschijnlijk geen moment of het lied wel de waarheid weergaf. De dramatische verbeelding van de moord door Hooft moest ‘waarschijnlijk’ blijven voor dit publiek en daarom hield Hooft vast aan de verkrachting van Machtelt van Velzen.
Moderne historici beschikken over allerlei bewijsmateriaal om met enige zekerheid vast te kunnen stellen dat het internationaal complot op waarheid berust, zoals de betalingen aan de samenzweerders die vermeld staan in Edwards Wardrobebook en de Weense nieuwsbrief: een zestiende-eeuws papieren handschrift in de Österreichische Nationalbibliothek in Wenen dat een afschrift is van een zeer kort na dato geschreven brief over de gevangenneming en de moord. Het is zeer onwaarschijnlijk dat Hooft de beschikking had over dit soort aanvullend bewijsmateriaal.
Het is dus niet zo vreemd dat ook Hooft, in overeenstemming met het lied en de Divisiekroniek, het motief van Floris’ gevangenneming, die uiteindelijk escaleert in de moord op de graaf, presenteert als Van Velzens wrok vanwege de verkrachting van zijn vrouw.

Bijlage: de Weense nieuwsbrief

Bron: Jan Willem Verkaik: De moord op graaf Floris V. Hilversum: Verloren, 1996. Pagina 153-154.

Hieronder staat een Nederlandse vertaling (de oorspronkelijke tekst is in het Latijn) van een afschrift van een zeer kort na dato geschreven brief over de gevangenneming van en de moord op Floris V. Dergelijke nieuwsbrieven werden vaak door kroniekschrijvers als bron gebruikt. Het afschrift is opgenomen in een zestiende-eeuws papieren handschrift, Wenen, Österreichische Nationalbibliothek Codex 9099, folio 1r-2r.
De hier aan de brief gegeven datering “In het jaar des Heren duizend tweehonderd en zesentachtig of daaromtrent” is uiteraard niet origineel, hetzelfde geldt voor de voorafgaande omschrijving in het handschrift “Historisch verhaal over de dood van Floris, graaf van Holland”.
Historisch verhaal over de dood van Floris, graaf van Holland.

Over de dood van Floris, graaf van Holland etc.
Wee het razende verraad, dat de allermisdadigste moordenaars, schurken erger dan Judas de aartsverrader, leugenaars en prinsen der leugenaars, door hun heimelijke misdaden nu bekend geworden, van Amstel, Herman van Woerden – ridders alleen in naam – en G. van Velzen met hun handlangers en ondergeschikten die de goddelijke wraak en straf mettertijd niet onbekend zal laten, tegen de zeer edele vorst heer Floris, graaf van Holland etc., geboren uit koninklijk bloed, gevoed aan koninklijke borsten, vroom onschuldig, een onvermoeid verdediger van de geestelijkheid en de kerk, en hun eigen heer hebben begaan. Laten allen die ervan horen jammeren. Want immers deze zelfden onvoldoende doordrongen van de doem die vanaf het begin op alle mensen rust, konden hun boze inborst niet verbergen omdat hun bezeten slechtheid te groot was.
De voornoemde graaf, dien de goedheid van de Allerhoogste zozeer met de gaven van Zijn goedgeefsheid heeft gesierd en die van lichaam een schone vorst was, werkzaam van aard, welsprekend, vroom, en die meer dan wie ook voorrechten voor zijn land heeft verworven, vertrok op een kwade dag, omwille van verzoening en vrede voor allen die het met elkaar oneens waren in het bisdom naar Utrecht. Hij bleef daar drie weken, en zocht naar een manier en een vorm om de verzoening tot stand te brengen met medewerking van het kapittel-generaal. Daarna bracht hij tussen de partijen – d.w.z. van Amstel aan de ene zijde en van Zuilen aan de andere – een regeling en een overeenkomst, een stevig verdrag tot stand, met enorme inspanning en niet aflatende zorg, rechtvaardig en duidelijk, tot goedkeuring van allen. Terwijl hij dit deed gaf de voornoemde graaf meer dan duizend pond aan de van Zuilen-partij uit zijn eigen bezit, tot steun en verlichting van de voornoemde schurken en om hun misdaden te vergoeden. Na hun vervloekte bijeenkomst heeft die van Amstel, de aanstichter van al het bedrog onder het mom van ontspanning het verraderlijk zo geregeld dat daar waarheen op ongeveer een halve mijl buiten de stad de voornoemde heer graaf, slechts weinig knapen te paard meenemend, vertrokken is om zich te vermaken met die afschuwelijke verraders, nog gekleed in de kleren van diezelfde graaf en met zijn eten nog onverteerd in hun maag, dat daar overal de vermelde schurken zich in groepjes geschaard, op de vlakte van de akkers in de schaduw van het koren verborgen hielden, te voorschijn sprongen en zich op hem stortten. Zij zetten hem als gevangene, de handen en voeten geboeid als een dief, met droevige oneer te Muiden in het eigen kasteel. Dit begin van alle ellende is geschied op de vigilie van sint Jan de Doper tot ondergang van heel het land. Bovendien hebben ze hem tot woensdag voor de vigilie van de heilige apostels Petrus en Paulus levend vastgehouden, gekluisterd met twee voetboeien, en in die tijd heeft hij helemaal niets meer geproefd van voedsel dat hem op krachten had kunnen houden, zoals zijn later doormidden gesneden ingewanden duidelijk aantoonden. Aangezien noch in deze noch in zijn maag ook maar het kleinste stukje van iets verteerbaars gevonden is behalve dat wat, toen hij nog in de bitterheid zijns harten ademhaalde, tijdens kwellingen die men toepast om paarden achter de grendelboom te dwingen, zijn ontlasting al die tijd samenperste en zij die zijn aars zo goed als ze konden met een vleeshaak eruit trokken toen het leven hem nauwelijks verlaten had tot verwijdering samendrukten.
Wat moet er nog meer gezegd worden? Het is weerzinwekkend voor iemand die hem toegewijd was de ontelbare kwellingen van zijn martelaarschap in detail op te schrijven. Uiteindelijk hebben ze hem op de voornoemde vigilie rond het negende uur aan handen en voeten gebonden op een zwak paard naar een landelijke plek meegenomen om hem te laten afdalen in een van te voren gemaakte kuil en hem levend te begraven. De mensen van het land en de heerlijkheid van Naerdinclant kwamen hen in een rumoerige menigte tegemoet, roepende: “Ha, vervloekte verraders, dit is het einde van jullie fraaie verraad! Geef de graaf aan ons!” Toen de schurken dit hoorden en de genoemde heer graaf tegelijkertijd zelf de richting van de redding insloeg, stortten de voornoemde schurken zich met getrokken zwaarden onverwijld van hun paarden en doorstaken zijn zeer edele lichaam met een en twintig wonden en zijn hart met twee. En zo te gronde gericht zijn de verdoemde en te verdoemen schurken zelf en hun nageslacht ten eeuwigen dage met een dubbele vloek beladen. Zij hebben aan het koninklijke erfgoed voor de trouw van allen het loon, de ondergang door een zeer schandelijke dood, betaald. En dit moet naar mijn mening aan allen geopenbaard worden opdat de zaak tot verderf van de genoemde schurken aan iedereen zeker en duidelijk moge zijn.
In het jaar des Heren duizend tweehonderd en zesentachtig of daaromtrent.