wp62932433.png
wpeb664b97.png
www.nederlandseliteratuur.info
Hieronder staat een artikel dat ik heb geschreven in het kader van de accentgroep Literatuur 1766-1900 van de opleiding Nederlands in het tweede semester 2006-2007 aan de Universiteit Leiden. Veel leesgenot!

Het poëtisch manifest van Bilderdijk

Willem Bilderdijk (1756-1831) heeft enorm veel geschreven. Nog afgezien van het proza, bestaat zijn dichtwerk uit meer dan driehonderdduizend versregels. Vanwege zijn enorme productie werd hij ook wel ‘een onvermoeibaar versifex’ genoemd en dat terwijl het schrijversschap niet eens zijn full-time baan was. Het grootste deel van zijn leven verdiende hij zijn geld als advocaat of docent.
Bilderdijk voelde zich altijd ongelukkig en hij koesterde altijd een doodswens. Waarschijnlijk ligt de basis hiervoor in zijn kinderjaren. Toen hij vijf jaar oud was, raakte hij gewond aan zijn been door een trap van een buurjongen. De wond werd verkeerd behandeld en er trad beenvliesontsteking op. Daardoor moest de jonge Bilderdijk het grootste deel van zijn jeugd binnenshuis blijven zodat het been in alle rust kon genezen. Ondertussen had hij nauwelijks contact met leeftijdgenootjes. Bilderdijk vulde de eenzame uren met lezen. Hij ontwikkelde een enorme belezenheid en hij werd één van de meest geleerde mannen uit zijn tijd.
Rondom Bilderdijk ontstond al tijdens zijn leven een enorme mythevorming. Hij bemoeide zich werkelijk overal mee. Hij nam duidelijke standpunten in en verdedigde deze met vuur. Hij werd ‘de grote ongenietbare’ genoemd en hij kreeg de bijnaam Bulderdijk. In 1795 werd hij om politieke redenen verbannen. Tussen 1795 en 1806 zwierf hij in Engeland en Duitsland rond. Hij keerde zonder vast inkomen of beroep terug in zijn vaderland. Hij kreeg een relatie met een jongere vrouw, terwijl het huwelijk met zijn echtgenote nog niet was ontbonden. Dat alles heeft zijn maatschappelijke reputatie geen goed gedaan.
Het Bilderdijk-onderzoek is al lange tijd voornamelijk levensbeschouwelijk en biografisch gericht en de dichter Bilderdijk is langzaam buiten beeld geraakt. Zijn gedichten worden nauwelijks meer gelezen. Dat is jammer. Bilderdijk was een belezen denker met opmerkelijke ideeën. Zijn gedichten bestrijken een breed terrein: van theologie, filosofie, ethiek, erotiek en politiek tot gelegenheidspoëzie.
Om zijn gedichten en de ontwikkeling in zijn werk goed te kunnen begrijpen, moeten we ons richten op zijn manifest: De kunst der poëzy. Bilderdijk schreef dit gedicht in 1809. Nadat hij het had voorgedragen binnen het vooraanstaande culturele genootschap Felix Meritis te Amsterdam, verscheen het in 1811 in druk, als openingsgedicht van de bundel Winterbloemen.
In De kunst der poëzy beschrijft Bilderdijk de geschiedenis van zijn dichterschap. Toen hij met dichten begon, liet hij zich leiden door de dichtgenootschappen. Later zette hij zich fel tegen hen af. Hij had genoeg van hun taalkundige regels en hun voorgeschreven thema’s. Bilderdijk presenteert zijn nieuwe visie op de dichtkunst in regels als My is ’t gevoel, de bron; by my, ’t gevoelen dichten. Poëzie is uitstorting van gevoel. Niet het verstand, maar het gevoel is het belangrijst voor de poëzie. Deze opvatting sloot aan bij de romantici, maar zijn ideeën over de verbeelding waren afwijkend. In tegenstelling tot de romantici, wees Bilderdijk de verbeelding, net als het verstand, af. De verbeeldingskracht sust de mens in slaap en zorgt voor afstomping van het dichterlijk gevoel. Voor men het weet heeft de verbeelding uit de elementen van de werkelijk bestaande wereld een totaal onzinnige, hersenschimmige fantasiewereld opgebouwd. Vooral mensen met een heftig gevoelsleven en een zwak ontwikkeld verstand lopen het gevaar de realiteit volledig uit het oog te verliezen. Dit geldt ook voor de dichter, juist omdat dichters vaak gevoelige mensen met veel verbeeldingskracht zijn. Volgens Bilderdijk is de ware dichtkunst een uiting van de goddelijke inspiratie die in het hart van de echte christen leeft. De ware dichter maakt deel uit van een hogere, goddelijke wereld, een wereld waarvan hij rechtstreeks kennisneemt via het ‘hartsgevoel’. Die wereld gaat elke zintuiglijke werkelijkheid te boven. Daarom zegt Bilderdijk telkens weer met zoveel nadruk dat de dichtkunst geen kwestie van verbeelding kan zijn. Maar hoe kon een dichter zijn gevoelens uiten, anders dan door ze op de traditionele wijze te beschrijven en ze te illustreren met beelden uit de werkelijkheid? Bilderdijk zelf besefte dit probleem heel goed. Herhaaldelijk zei hij dat zijn eigen poëzie slechts een zwakke afspiegeling was van wat hem voor ogen stond.
Ik zal de laatste zijn die beweert dat de poëtica van Bilderdijk eenvoudig is. Zijn poëtisch manifest vormt echter de sleutel tot zijn werk. In de uitstekend verzorgde editie van W. van den Berg en J.J. Kloek uit 1995 is de niet altijd even toegankelijke tekst opnieuw uitgegeven en van uitvoerige annotaties voorzien. In de uitvoerige inleiding besteden de auteurs onder andere aandacht aan de receptiegeschiedenis van het gedicht, het tekstgenre waartoe het behoort, de poëticale visie van de dichter, De kunst der poëzy als voordrachtstekst en Bilderdijks nationale en internationale positie. Met deze sleutel in de hand, is het heel goed mogelijk om de deur naar de wereld van Bilderdijks poëzie te ontsluiten.