wpa6c44696.png
wpeb664b97.png
www.nederlandseliteratuur.info
Hieronder staat een artikel dat ik heb geschreven in het kader van de accentgroep Literatuur 1766-1900 van de opleiding Nederlands in het tweede semester 2006-2007 aan de Universiteit Leiden. Veel leesgenot!

De Leidse maskerade van 1835

Maandagavond 9 februari 1835. Het is hondeweer: afwisselend sneeuw, regen en hagel. Toch zijn de straten van Leiden gevuld met mensen. Zij kijken naar een optocht: studenten van de Leidse hogeschool beelden de intocht van Ferdinand en Isabella te Granada op 6 januari 1492 uit. De stoet bestaat uit driehonderd fakkeldragers en bijna tweehonderd personen gehuld in prachtige, exotische kostuums. De maskerade vond plaats tijdens de 260e dies natalis of geboortedag van de Leidse universiteit.
Walter Scott bracht in de negentiende eeuw een hype op gang: zijn historische romans zorgden voor een hernieuwde belangstelling voor het verleden. Scott verdiepte zich tot in de details in een verleden tijd, meestal de Middeleeuwen, om die zo kleurrijk mogelijk te kunnen beschrijven. Hij werd in heel Europa nagevolgd. Zo kozen de Leidenaren voor hun maskerade de intocht van het vijftiende-eeuwse Spaanse koningspaar tot onderwerp. Tijdens de Reconquista trokken Ferdinand en Isabella ten strijde tegen de Moren, om de laatste Arabieren uit Europa terug te dringen. Met de inbezitneming van Granada is de herovering voltooid. Het betekende de overwinning van het christendom op de islam. Nergens ligt in notulen vast waarom juist dit onderwerp de voorkeur van de voorbereidingscommissie had.
Eén van de studenten uit die tijd was Nicolaas Beets. Hij studeerde vanaf 1833 theologie in Leiden en hij was één van de zogenaamde student-auteurs. Deze studenten hadden zich verenigd in de ‘Rederijkerskamer voor Uiterlijke Welsprekendheid binnen Leyden’, die ook wel bekend stond als de ‘Romantische Club’. Het gezelschap toonde immers een voorkeur voor de verzen van Lord Byron en Victor Hugo, die over het algemeen beschouwd werden als de kopstukken van de Engelse en de Franse Romantiek. Beets had inmiddels naam gemaakt met zijn Jose, Een Spaansch Verhaal, dat was verschenen in het najaar van 1834. Jose was een Byroniaanse held: een sombere, zwaarmoedige jongeling.
In tegenstelling tot veel van zijn vrienden, nam Nicolaas Beets geen deel aan de optocht: elke deelnemende student moest dertien gulden betalen en dat kon hij zich eenvoudigweg niet permitteren. Toch leverde hij een belangrijke bijdrage door de stoet in het gedicht De Masquerade vast te leggen voor het nageslacht. Hij bekeek de optocht vanuit zijn kamer in de Breestraat. Ongeveer een maand later werd zijn gedicht uitgegeven en het oogstte veel bewondering.
Wat vond men nu zo mooi aan het gedicht? Het gedicht is niet alleen een beschrijving van de optocht, maar tevens een navolging van zijn grootste voorbeeld. Beets heeft zich ook hier duidelijk laten inspireren door Byron en dan met name door zijn Beppo, A Venetian Story. Het gedicht van de student-auteur was net als dat van de Engelse dichter geschreven in de zogenaamde stance-vorm (strofen van acht regels met het rijmschema abababcc) en het stond vol met uitweidingen die niets met het eigenlijke verhaal te maken hebben. Een fraai voorbeeld van zo’n uitweiding vormt het betoog over de tegenstellingen tussen de Middeleeuwen en eigen tijd:

Men scheldt steeds op der Middeleeuwen nacht;
’t Is waar, Euroop lag in een nacht verzonken,
Die afschuw baart aan ons verlicht geslacht;
Maar ’t was een nacht, waarin de Starren blonken
Van Riddereer en Heldenmoed en Kracht,
Die ’t duister met hun schoenen glans beschonken;
Zy gingen wel niet onder aan den trans,
Maar zijn verbleek voor onzen zonneglans.

In de periode van de Verlichting had men neergekeken op de als duister beschouwde Middeleeuwen. Juist omstreeks 1835 begint men, mede onder invloed van Walter Scott, in Nederland meer belangstelling voor de Middeleeuwen te krijgen.
In bloemrijke taal beschrijft Beets vervolgens de voorbijtrekkende personages, waaronder het vorstenpaar Ferdinand en Isabella, de kroonprins en zijn neven, de leider van de heilige inquisitie, de legeraanvoerder in de strijd tegen Granada en de overwonnen vorst Boabdil. In de bijzondere editie van Peter van Zonneveld en Christiane Berkvens-Stevelinck uit 1985 is het mogelijk om de beschrijving van het voorbijtrekkende gezelschap te vergelijken met de meterslange litho van L. Springer.
Het is Beets die in zijn gedicht een antwoord geeft op onze vraag: waarom werd juist dit onderwerp voor de maskerade gekozen? Zijn grote voorbeelden Byron en Hugo beschouwden het middeleeuwse Spanje als een paradijs. In navolging van deze grootmeesters idealiseerden de Leidenaren met hun optocht en Beets met zijn gedicht het middeleeuwse Spanje:

O Spanje! Spanje! Schoon Romantisch land!
Gy vruchtbaarste oord van ’t zwoel en minzaam zuiden!
Die uren ver van uw verruk’lijk strand,
De zeelucht, met de geuren uwer kruiden,
Welriekend maakt! – ’k zal u niet zingen, want
De taal moest zoet, en zoet als de uwe luiden,
Waarin de lof van uw’ bekoorbren grond,
De zoetheid van uw dalen werd verkond.