

Deze en de volgende pagina’s bevatten leesverslagen die ik heb gemaakt voor de werkgroep
Recente romans die ik heb gevolgd in het eerste semester van het collegejaar 2006-
Veel leesgenot!
Leesverslag Het huis van de moskee van Kader Abdolah
Beknopte weergave van de inhoud
In de roman Het huis van de moskee staat een oud huis in het kleine dorpje Senedjan in Iran centraal. Dat huis heet ‘het huis van de moskee’. Het huis is groot, met vijfendertig kamers. Eeuwenlang hebben daar bloedverwante families in dienst van de moskee gewoond. Nu biedt het huis ruimte aan de gezinnen van drie neven: Aga Djan, de koopman die leiding geeft aan de traditionele bazaar in de stad, Alsaberi, de imam van het huis die aan het hoofd van de moskee staat en Aga Shodja, de moázen (omroeper) van de moskee.
Aan het begin van de roman is Alsaberi de imam van de moskee. De bewoners van het huis leiden een traditioneel leven waarin de koran en de islam een grote invloed hebben op de dagelijkse gang van zaken. In het huis van de moskee dringen steeds meer Amerikaanse invloeden door: er wordt televisie gekeken, Nosrat (de broer van Aga Djan) neemt zijn sexy geklede vrouw mee naar het huis en heeft seks met haar in de bibliotheek en in het huis zijn seksueel getinte gedichten in omloop. De jonge imam Galgal trouwt met de dochter van Alsaberi. Na de onverwachte dood van Alsaberi (hij valt in het waterbassin) neemt Galgal tijdelijk de positie van de imam in. Galgal is zeer conservatief en hij keert zich tegen de sjah en de Amerikaanse invloeden. Na een opstand tegen de opening van een plaatselijke bioscoop vlucht Galgal naar Qom, omdat hij door de geheime dienst wordt gezocht. De plaats van Galgal wordt ingenomen door de invalimam, totdat Aga Djan ontdekt dat hij en de weduwe van Alsaberi een geheime seksuele verhouding hebben.
Een belangrijke plaats in het huis nemen de grootmoeders in. Zij houden het dagelijkse leven draaiende. Na hun reis naar Mekka keren ze niet terug. Later blijkt dat ze op een heilige plek in Mekka zijn gestorven.
Sediq heeft het huwelijk met Galgal verbroken en is teruggekeerd naar het huis van de moskee. Ze bevalt van haar gehandicapte zoon Hagedis die niet rechtop kan lopen, maar alleen kan kruipen.
Intussen is er een opstand tegen de sjah en de Amerikanen uitgebroken. Overal verschijnen de portretten van Khomeini. In 1976 vlucht de sjah uit Iran en Khomeini neemt zijn plaats in.
Khomeini stelt Galgal aan als rechter van de islam om de aanhangers van het oude regime te bestraffen. Hij krijgt ook de bevoegdheid om hard tegen de linkse oppositie op te treden.
De familie van Aga Djan valt uit elkaar. Het ene deel is voor de islamitische staat, terwijl andere familieleden zich aansluiten bij het communistische verzet. Djawad, de zoon van Aga Djan, wordt geëxecuteerd. Aga Djan wil zijn zoon een eervolle rustplaats geven, maar niemand in de omliggende dorpen durft een aanhanger van de linkse oppositie een graf te geven.
Na een periode van hevig geweld wordt het langzaam rustiger in het land. Khomeini wordt dement en de ayatollahs nemen de macht over. Er komt ook een einde aan de macht van Galgal, die naar Afghanistan vertrekt. Later wordt Galgal vermoord door Shahbal, die wraak neemt voor zijn martelingen en executies van politieke tegenstanders.
In 1988 eindigt de oorlog tussen Iran en Irak. Khomeini sterft. Aga Djan rouwt nog steeds om de dood van zijn zoon. Tijdens een reis bezoekt hij een oude vriend. In de tuin van deze vriend blijkt zijn zoon begraven te zijn.
In het laatste hoofdstuk ontvangt Aga Djan een brief van Shahbal uit Nederland.
Structuur
Vertelperspectief: Er is sprake van een personale vertelsituatie. De roman is geschreven
in de derde persoon, in de hij-
Chronologie: Nergens staat vermeld in welk jaar het verhaal begint, maar op bladzijde 20 dringt Shahbal er bij zijn oom Aga Djan op aan dat imam Alsaberi op aan dat de op televisie naar de landing van de Amerikanen op de maan zullen kijken. Het is dan 1969. Vervolgens worden de ontwikkelingen chronologisch verteld. Vlak voor het einde van de roman blijkt ayatollah Khomeini dood te zijn. Het is dan 1989. In de roman zijn veelvuldig flashbacks verwerkt, waarbij de bewoners van het huis verlangend terugkijken naar de relatief rustige tijd voor de grote politieke omwentelingen in Iran.
Personages: De hoofdpersoon van de roman is Aga Djan. De belangrijkste bijfiguren zijn Fagri Sadat (de vrouw van Aga Djan), Djawad (de zoon van Fagri Sadat), Nasrin (de dochter van Fagri Sadat), Ensi (de dochter van Fagri Sadat), Alsaberi (de imam van de moskee), Zinat (de vrouw van Alsaberi en de vrouw die verhalen vertelt), Abbas (de overleden zoon van Zinat), Sediq (de dochter van Zinat), Hagedis (de zoon van Sediq), Ahmad (de opvolger van imam Alsaberi), Galgal (de rebellerende imam), Moázen (de omroeper van de moskee), Shahbal (de zoon van Moázen), Golebeh en Golbanoe (de grootmoeders), Am Ramazan (de knecht) en Kazem Khan (de dichter).
De roman vertelt allerlei gebeurtenissen uit het leven van veel personen. Dit heeft tot gevolg dat de romanpersonages ieder afzonderlijk slechts oppervlakkig worden beschreven. Er is louter sprake van flat characters.
Thema en motieven
Het thema van de roman is als volgt samen te vatten: de ontwikkeling van een moderne staat onder leiding van de sjah naar een streng gereguleerde Islamitische staat onder leiding van ayatollah Khomeini. De auteur laat zien wat er gebeurt als een dictator de koran oplegt als een wetboek. De auteur waarschuwt voor het fundamentalisme.
Motieven die een belangrijke rol spelen in de roman:
· De koran en de islam
· Perzische poëzie
· Liefde en seksualiteit
· Dood en geweld
· De geschiedenis van Iran
Stijl
Wat mij betreft ligt de kracht van de roman niet in de stijl waarin zij geschreven is. De zinnen zijn vaak erg kort en de belangrijkste stijlfiguur is de opsomming.
Het proza wordt regelmatig afgewisseld met citaten uit de koran en Perzische gedichten, die zowel weergegeven worden in het Perzisch als in het Nederlands. Nadat de ayatollahs aan de macht zijn gekomen en het politieke klimaat steeds grimmiger is geworden, is er steeds minder ruimte voor poëzie en wordt de taal steeds agressiever.
Situering van het werk in het oeuvre van de auteur
Kader Abdolah is het pseudoniem van Hossein Sadgadi Gaemmagami Farahani, die in 1954 in Iran is geboren. Tijdens zijn studie natuurkunde in Teheran sluit Abdolah zich aan bij een ondergrondse linkse partij, die zich eerst verzet tegen de dictatuur van de sjah en daarna tegen Khomeini. In 1985 moet Abdolah vluchten uit zijn land.
Het dorpje Senedjan, waar het huis van de moskee staat, speelde ook een belangrijke rol in zijn roman Spijkerschrift (2000).
Abdolah heeft veel autobiografische gegevens in de roman verwerkt. Het huis van de moskee en Aga Djan bestaan echt en er zijn verschillende parallellen aan te wijzen tussen Abdolah zelf en de romanfiguur Shahbal (beiden studeerden natuurkunde in Teheran, beiden sloten zich aan bij een linkse beweging, beiden vluchtten naar Nederland en beiden werden schrijver in het Nederlands).
Aantekeningen werkcollege
Opdracht:
Aan Aga Djan
Om hem te laten gaan
→ betekenis: hij mag sterven (het eeuwige leven is een straf): verzoening
Vertelperspectief:
· Volgens de stamboom vertelt Shahbal het verhaal.
De stamboom valt in formele zin
buiten het verhaal.
· Laatste hoofdstuk: Aga Djan ontvangt een brief van Shahbal.
· Echter: alwetende, anonieme verteller, derde persoon.
· Formeel vaststellen.
Stijlbreuk (bij sprinkhanenplaag):
· Mieren (begin): die zijn nog te beheersen.
· Sprinkhanen (midden): die zijn niet meer te beheersen.
· Sprookjesachtig begin. Later: historische feiten, historische roman.
· Parallel met inhoudelijke tegenstelling: opvatting over de Islam.
· De personages verdwijnen naar de achtergrond en de gebeurtenissen nemen het verhaal over.
· Galgal zet de verandering in werking tussen de twee delen van het boek.
Personages:
· Voor een deel fictief, wortels in de werkelijkheid.
· Ook personages die echt hebben bestaan: sjah, Khomeini.
· Sleutelromanachtige personages, o.a. Galgal.
· Galgal is een antagonist, zorgt voor dynamiek.
· Parallel met Max Havelaar.
· Familie van Aga Djan: aan de hand van één familie wordt de hele maatschappij in beeld gebracht.
· Aga Djan representeert de zachte kant van de Islam.
· Galgal representeert de harde kant van de Islam.
· Shahbal representeert de opstand (sjah, ayatollahs).
· Onkenbaarheid van de mensen: het onderscheid tussen vriend en vijand, goed en fout vervaagt.
· W.F. Hermans: in een oorlogssituatie weet geen mens meer van wie hij nog op aan kan.
Modernisering:
· Met de televisie komt de modernisering binnen.
· 1969: landing op de maan.
· Van buitenaf komt er iets binnen dat de zaak destabiliseert.
· Modernisering = Amerikanisering.
· De modernisering maakt het mogelijk de Koran anders te interpreteren dan altijd mogelijk was.
39 hoofdstukken = 39 soera’s van de Koran
Abdolah wil iets van de Islam laten zien, namelijk het samengaan van religie en cultuur. Islam vroeger en nu. Uiteindelijk schept hij een ander beeld dan hij zelf had verwacht. Binnen de Islam is ruimte voor tolerantie en genieten, terwijl hier bij Khomeini geen plaats meer voor is. Aan het einde van het boek keert de zachte kant van de Islam weer terug. Aga Djan beleeft een spirituele wedergeboorte.
De hoofdpersonen lijken mannen te zijn, maar op de achtergrond spelen de mannen een grote rol.
Godsie spreekt voortdurend de waarheid, maar de waarheid wil niet gehoord worden.
Botsingen en conflicten:
· Tussen conservatief en progressief.
· Tussen Oost en West (anti-
· Tussen oudere en jongere generaties.
Leesverslag Marek van der Jagt – Gstaad 95-
Korte inhoudsweergave
De roman is opgebouwd uit 5 genummerde delen:
1. Heidelberg. François is geboren in Heidelberg. Zijn vader kwam uit Bretagne en
hij was donshandelaar. François heeft hem nooit gekend. Hij stierf drie weken voor
zijn geboorte aan darmkanker. Zijn moeder maakte hotelkamers schoon en zo hebben
zijn ouders elkaar ontmoet. François groeit op bij zijn moeder, een kleptomane. François
is haar dekmantel: ze verstopt het gestolen goed in zijn kinderwagen. Maar de hotelbaas
betrapt Mathilde na het stelen van een wereldontvanger. In plaats van de politie
in te schakelen, verkracht hij haar min of meer. Hierna vertrekken moeder en zoon
naar Baden-
2. Het kind van Sonnenhügel. Mathilde vindt werk in het pension Sonnenhügel. Meneer Cecherelli verzoekt Mathilde zijn vrouw te ‘bewaken’, omdat ze anders ‘wegloopt’, niet van hem maar van het leven. Bewaken komt min of meer neer op orale bevrediging. Terwijl Mathilde mevrouw Cecherelli bewaakt, kijken meneer Cecherelli en François toe. Meneer Cecherelli heeft nooit gemeenschap met zijn vrouw, maar kijkt altijd toe, altijd met één vinger in de mond van het jongetje. Uiteindelijk lukt het mevrouw Cecherelli toch om te ontsnappen, nadar ze met haar dompelaar kortsluiting veroorzaakt heeft in bad. Na de begrafenis neemt meneer Cacherelli moeder en zoon mee naar Staatsburg. Hij is nu degene die bewaking nodig heeft.
3. Rodolpho Ceccherelli. In Staatsburg gaan ze met z’n drieën in een flat wonen. François en Mathilde nemen de naam van meneer Cecherelli aan. François wordt naar een school voor moeilijk opvoedbare kinderen gestuurd. Als meneer Cacherelli zich uiteindelijk aan François wil vergrijpen, slaat Mathilde door en ze steekt de man neer. Moeder en zoon slaan vervolgens weer op de vlucht.
4. De snelle boor. Na een rondreis van enkele jaren richten moeder en zoon ‘uit goedheid’ met voornamelijk gestolen goed een tandartspraktijk in voor illegale buitenlanders in Stuttgart. Ze nemen de naam Kühler aan. Op een dag gaat het mis: ze geven een vrouw te veel medicatie. Ook deze keer vluchten ze. In Basel vinden ze werk in een hotel. François klimt op van keukenhulp tot portier en uiteindelijk skileraar. François gaat regelmatig met zijn leerlingen naar bed, totdat het weer mis gaat. Om een schandaal te voorkomen, stuurt de eigenaar ze weg.
5. Palace Hotel. Moeder en zoon komen terecht in een zeer luxe hotel in Gstaad. François
is opeens wijnproever/-
Vertelperspectief
Er is sprake van een ik-
Tijd
François Lepeltier vertelt het verhaal over zijn leven in een terugblik. Het verhaal is chronologisch verteld. De vertelde tijd bedraagt ongeveer 27 jaar.
Ruimte
Mathilde en haar zoon hebben geen vaste verblijfplaats. Voortdurend trekken ze van
de ene naar de andere stad: van Heidelberg naar Baden-
Personages
· François Lepeltier. Hij wordt op vroege leeftijd blootgesteld aan allerlei vreselijke ervaringen: zijn stelende moeder, zijn moeder wordt verkracht, de zelfmoord van mevrouw Cacherelli, de moord die zijn moeder pleegt. Hij heeft grote handen, waarmee hij tijdens zijn geboorte de baarmoeder van zijn moeder ernstig beschadigt. François heeft buitengewoon veel belangstelling voor de billen en de anus van vrouwen. De baarmoeder van mevrouw Cacherelli lekt en bloedt overvloedig. François vindt dat hij ook moet bloeden en opent zichzelf met een nagelschaartje. François heeft een bijzondere liefde voor zijn moeder, maar uiteindelijk wordt hij verliefd op een tienjarig meisje. Hij kan zijn liefde niet onder controle houden en uiteindelijk vermoordt hij het kind. Het ‘Monster van Gstaad’ wordt opgesloten in de gevangenis in Bern.
· Mathilde. Mathilde is de moeder van de hoofdpersoon François Lepeltier. Ze is een kleptomane. Ze toont nooit liefde tegenover haar zoon. Ze noemt hem nooit bij zijn naam: meestal noemt zij hem ‘kind’ en als ze in een goede bui was ‘klein Lepeltier’. Toch houdt ze wel van haar zoon. Dat wordt duidelijk als meneer Cecherelli op het punt staat om François te verkrachten, ze doodt de man dan.
· Mevrouw Schatz. Zij is de eigenaresse van pension Sonnenhügel. Ze bekommert zich om François die erg veel last heeft van eczeem. Ze is heel erg nieuwsgierig en doorzoekt regelmatig de bezittingen van haar gasten.
· Het echtpaar Ceccherelli. Het echtpaar bewoont de grootste en mooiste kamer van pension Sonnenhügel. Ze komen bijna nooit van hun kamer af. Het echtpaar wordt ‘bewaakt’ door Mathilde en François. Mevrouw Cacherelli geeft Mathilde haar oude kleren. Ze laat zich seksueel bevredigen door Mathilde. Meneer Cacherelli is dol op augurken en gedroogde perziken. Hij heeft nooit seks met zijn vrouw, maar kan alleen maar toekijken terwijl anderen haar bevredigen. Na de dood van mevrouw Cacherelli neemt hij Mathilde en François mee naar Staatsburg. Op het moment dat hij op het punt staat om François te verkrachten, wordt hij doodgestoken door Mathilde.
· Olga. Zij is een tienjarig meisje dat opgenomen is door een familie. Ze logeert in het Palace Hotel in Gstaad en François wordt verliefd op haar. Hij ontvoert haar. Uiteindelijk vermoordt hij haar.
Motieven
· Het zwerversbestaan. Mathilde en haar zoon hebben geen vaste verblijfplaats. Voortdurend trekken ze (noodgedwongen) van de ene naar de andere stad, meestal na een daad die in de normale wereld wordt beschouwd als een misdaad.
· Relatie moeder – zoon. Mathilde en haar zoon hebben geen normale moeder-
· Zonden. François noemt zijn verhaal een catalogus van noodzakelijke zonden. Er zijn noodzakelijke en minder noodzakelijke zonden. Volgens François bestond zijn leven voornamelijk uit de eerste soort. Zijn eerste zonde bestaat uit het feit dat hij bij zijn geboorte uit woede, uit pure jaloezie de baarmoeder van zijn moeder kapot heeft getrokken. Hij wilde niet dat anderen daar zouden wonen. Die baarmoeder wilde hij voor hem alleen.
· Goed – slecht. Mathilde en haar zoon kunnen geen onderscheid maken tussen goed en slecht. Ze stelen van hotelgasten en winkeliers, Mathilde doodt meneer Ceccgerelli en François doodt Olga. Beiden hebben totaal geen schuldgevoelens over hun daden.
· Het bewaken van de onsmakelijken (het bevredigen van bejaarde hotelgasten).
· De brief aan de Korinthiërs. Meneer Ceccherelli werkt aan de vertaling van de brief aan de Korinthiërs uit het Grieks. Als kleine jongen kent François veel passages uit de brief uit zijn hoofd en nadat hij Olga heeft vermoord, vindt de politie hem zwijgend aan tafel, naast de brief aan de Korinthiërs.
· De filosofie van de anus. Volgens François is het God alleen om onze anus te doen, wij zijn een excuus voor onze anus. De wereld van poep en pies valt voor François samen met de wereld van de goedheid.
Thema
Marek van der Jagt beschrijft in deze roman de omkering, de tegenovergestelde wereld. De moraal van de hoofdpersoon François Lepeltier en zijn moeder Mathilde is volkomen tegengesteld aan de moraal van de ‘brave burger’. Steeds probeert de hoofdpersoon ons ervan te overtuigen dat de wereld goed en mooi is, terwijl hij de lezer juist voortdurend allerlei verschrikkingen voorzet.
Stijl
Het is een roman vol onsmakelijke passages, maar deze passages worden vaak beschreven met eufemistisch taalgebruik. Een voorbeeld van een eufemisme is ‘erbarmen’, wat seks hebben met iemand betekent.
Discussiepunten voor het werkcollege
· Welk nut hebben alle onsmakelijke passages in dit boek? Wat wil de schrijver hiermee bereiken?
· Waarom heeft Arnon Grunberg dit boek geschreven onder het pseudoniem Marek van
der Jagt?
(volgens recensente Annemiek Neefjes: de schrijver wil via de verwekking
van een nieuw schrijverschap aan zijn eigen beperkingen ontsnappen)
Aantekeningen werkcollege
Onbetrouwbare verteller: waar ligt de grens tussen echte ervaringen en verzonnen ervaringen?
Personificatie van het kwaad.
Auswitz = de wereld van het kwaad.
Nadrukkelijk verwijzing naar Auswitz.
Beschrijving belevingswereld Francois: beulen en slachtoffers.
Iedereen wordt gedehumaniseerd.
Overleven is alleen mogelijk door de emoties volledig uit te schakelen.
Wat is de zonde die alle andere overbodig maakt? (p. 291)
De moord op Olga is de zonde die alle andere overbodig maakt.
De dood is het einde van alles.
Voor wie kiest Francois: voor Olga of voor zijn moeder? (p. 305)
Oedipale verhouding tussen Francois en Mathilde.
Francois heeft niet te kiezen, hij zit vast aan zijn moeder.
Moord aan Olga: behoefte om ergens van los te komen.
Waarom vraagt Francois zich af of Olga misschien zag wat hij zag: het leven? (p. 283)
Omkeringsprincipe (zie verderop).
Het ware leven is de dood.
Is de daad van Francois (Olga vermoorden) een daad van barmhartigheid?
Omkeringsprincipe (zie verderop).
De moord op Olga is een daad van barmhartigheid: verlossing uit de hel die het leven is.
Wat is de relatie tussen seksualiteit en religie in dit werk?
Parallellen met De avonden (Reve):
· Scènes knuffelbeesten
· Obsessie voor het lichamelijke
Reve in het algemeen: combinatie van seksualiteit en religie.
Geperverteerde seksualiteit in relatie tot iets religieus.
Wat is de functie van alle onsmakelijke passages in dit werk?
Het motief van de omgekeerde wereld (Middeleeuwen).
Datgene wat normaal verwerpelijk wordt gevonden, wordt zo beschreven dat je erom moet lachen.
Beschrijving van een illusie, ontmaskering van de beschaving.
Galgenhumor als overlevingsstrategie.
Genre: schelmenroman. Een oudere figuur, vaak een man, kijkt terug op het bestaan, is tot inkeer gekomen, vertelt over schurkenstreken, opbouw sterk episodisch.
Leesverslag Harry Mulisch – Siegfried. Een zwarte idylle
Korte inhoudsweergave
Rudolf Herter is een internationaal vermaarde Nederlandse auteur. Samen met zijn vriendin Maria gaat hij naar Wenen om een aantal interviews en lezingen te geven over zijn laatste boek De uitvinding van de liefde. Tijdens één van de interviews doet hij een idee op voor een nieuw boek: een roman over Hitler. Om een persoon te begrijpen, zou je hem moeten plaatsen in een totaal, gefingeerde, extreme situatie. Herter wil dit toepassen op Hitler. Het is immers nog niemand gelukt om tot hem door te dringen. Tijdens een lezing ontmoet Herter het echtpaar Ullrich en Julia Falk, die de persoonlijke bedienden van Hitler waren. Herter bezoekt het echtpaar de volgende dag en luistert naar hun verhaal. Toen Eva Braun een kind verwachtte van Hitler, moest het echtpaar doen alsof het hun kind was. Dit moest voorkomen dat Duitse vrouwen die verliefd waren op Hitler uit jaloezie op Eva Braun het Duitse rijk op de een of andere manier zouden beschadigen. Ullrich krijgt na een tijdje de opdracht van Hitler om Siegfried te vermoorden: hij zou Joods bloed bezitten, maar uiteindelijk blijkt dit een complot te zijn. Het verhaal van het echtpaar Falk maakt een groot deel van het boek uit. Na het gesprek met het echtpaar Falk keert Herter terug naar zijn hotelkamer. Hij heeft het gevoel Hitler helemaal te kunnen doorgronden en hij begint te praten in zijn dictafoon. Na een tijdje is hij moe en gaat hij even rusten. Maria, de vriendin van Herter, vindt hem later dood op bed. Herter is overleden aan een hartstilstand. Ze luistert naar de dictafoon en de laatste woorden van Herter zijn: ‘… hij … hij … hij is hier …’.
Motto
Warum holt mich der Teufel nicht?
Bei ihm ist es bestimmt schöner als hier.
EVA BRAUN, Dagboek, 2.III.35
Dit betekent: Waarom haalt de duivel mij niet? Bij hem is het zeker mooier als hier.
Eva Braun wordt steeds ongelukkig. Hitler verwaarloost haar. Niemand mag weten dat zij de vriendin is van de Führer en dat zij een kind van hem heeft.
Vertelperspectief
Er is sprake van een auctoriaal vertelperspectief of een alwetende verteller.
Het dagboekfragment van Eva Braun is vanuit een ik-
Tijd
De vertelde tijd is ongeveer 3 dagen: de tijd die Herter doorbrengt in Wenen. Het verhaal speelt zich af in november 1999 (Herter signeert het boek van het echtpaar Falk met Wenen, November 1999).
Binnen de roman spelen de flashbacks van het echtpaar Falk naar de Tweede Wereldoorlog een grote rol.
Ruimte
Het verhaal speelt zich af in Wenen. De flashbacks spelen zich zowel af in Oostenrijk als in Duitsland.
Personages
Hoofdpersoon is Rudolf Herter, een beroemde Nederlandse schrijver van 72 jaar oud. Herter reist naar Wenen om zijn nieuwe boek De Uitvinding van de Liefde te promoten. Herter vertoont veel overeenkomsten met Mulisch zelf (o.a. leeftijd, uiterlijk, eigendunk, tegenstanders, bezoek Cuba). Herter is een round character.
Andere belangrijke figuren zijn het echtpaar Ullrich en Julia Falk, beiden flat characters.
Daarnaast spelen natuurlijk ook Hiter, Eva Braun en Siegfried (‘Siggi’) een belangrijke rol in het boek. Hitler is duidelijk een flat character. Je komt weinig te weten over zijn gevoelens, over zijn denkwereld. Hij is eigenlijk ook door niemand te doorgronden. Dit in tegenstelling tot Eva Braun. Over haar komen we veel te weten, met name door de dagboekfragmenten.
Motieven
· Fictie ↔ werkelijkheid.
· Het schrijven. Rudolf Herter is schrijver en doet regelmatig uitspraken over het schrijven zelf, de verbeelding en aanverwante kwesties als de inspiratie.
· Eenzaamheid. Eva Braun is heel erg eenzaam, omdat Hitler haar verwaarloost.
· Bruin. Eva’s achternaam is Braun, Hitler is geboren in Braunau, de partijcentrale
in München heet het Braune Haus, Berghof werd ook wel Braunhaus genoemd, SA-
· Dood. In de roman sterven Siegfried en Herter. Hitler staat symbool voor de dood van heel veel mensen (met name de joden).
· Het Niets. Hitler is Niets.
· Filosofie. Herter probeert te verklaren wie Hitler was. Hij verzint allerlei (onbegrijpelijke en absurde?) theorieën die het leven van Hitler in verband brengen met o.a. de filosofie van Nietzsche en Schopenhauer. Hitler interpreteert de denkbeelden van Nietzsche op een antisemitische manier.
· Licht. Hitler had een enorme hekel aan licht.
· Toeval. Herter ontdekt allerlei toevallige overeenkomsten tussen het leven van Hitler en de filosofie van Nietzsche.
Thema
Die Endlösung der Hitlerfrage (in plaats van: Die Endlösung der Judenfrage).
Herter probeert Hitler te vangen in de fictieve wereld, in de wereld van het boek. Hij probeert er achter te komen wie Hitler was en waarom hij zo was. Uiteindelijk trekt Herter de conclusie dat Hitler Niets is.
Stijl
Geen bijzonderheden. Regelmatig Latijnse termen en Duitse citaten.
Discussiepunten voor het werkcollege
· Rudolf Herter = Harry Mulisch?
· De uitvinding van de liefde = De ontdekking van de wereld?
· Geeft Mulisch een nieuwe visie op Hitler? (Hitler is Niets, een Niemand)
· Wie bedoelt Herter met zijn laatste woorden: ‘… hij … hij … hij is hier …’ (de duivel? Hitler?)
Aantekeningen werkcollege
Volgens Mulisch en Herter zijn filosofie en muziek de twee elementen waarmee je de hele wereld kunt verklaren.
Het doel van Mulisch en Herter is om Hitler te verklaren.
Mulisch schrijft een boek in fictie om Hitler te verklaren.
Herter schrijft een boek in non-
Thema volgens Goedegebuure:
De verklaring van het Kwaad, het Niets. Hitler is de representatie van het kwaad → Kwaad.
Metafysische categorie van het Kwaad.
Metafysica = met de filosofie kun je de werkelijkheid doorgronden.
Schopenhauer:
· Alles in de wereld draait om de wil.
· Mensen worden voortgedreven door de wil om de begeerte te bevredigen.
· Mensen moeten zich losmaken van de wil.
· Mensen kunnen troost ervaren in dit bestaan door overgave aan de muziek.
· De allergrootste troost is niet te bestaan.
· Wagner wordt gegrepen door Schopenhauer.
Nietzsche:
· Van pro-
· Niet de dood is het belangrijkste, maar het leven op aarde.
· De wil is de motor van het bestaan, de creativiteit.
· Recht van de sterksten, vitaliteit, Übermensch → misbruikt door de nazi’s.
Hitler is de negatie van alles in het bestaan.
Octaviteit = de hele wereld is gebaseerd op overeenkomsten en verschillen, paradoxen.
Alles in de wereld beantwoordt aan dit grondpatroon.
Het idee van de octaviteit (overeenkomsten tegenover verschillen) wordt voortdurend toegepast in de verhouding tussen personages:
· Adolf Hitler – Rudolf Herter
De namen lijken sterk op elkaar. Herter presenteert
zichzelf als het antitype van Hitler. Hitler is de negatie van alles, dus zou Herter
het alles voorstellen. Droom Hitler en Herter: ‘Hij … hij … hij was hier’. Waarschijnlijk
komt Herter in Hitlers droom voor en Hitler in Herters droom.
· Eva – Maria
De vrouwen van Adolf Hitler en Rudolf Herter verwijzen naar een klassieke
antithese: Eva bracht de zonde in de wereld en Maria helpt de zonde te verdrijven
door de verlosser in de wereld te brengen.
· Siegfried – Marnix
De jongetjes zijn praktisch gelijk. Dit blijkt ook uit de betekenis
van hun namen: ‘Siegfried’ is de beschermer van de overwinning en ‘Marnix’ is de
overwinnaar.
Truc van het boek: Herter is het spiegelbeeld van Mulisch.
Mulisch laat zijn dubbelganger dood gaan.
Waarom gaat Herter dood? Herter wordt verzwolgen door het zwarte gat Hitler. Hitler is een zwart gat, als je er te dicht bij komt, word je verzwolgen.
Verhouding tussen fictie en werkelijkheid:
Herter denkt dat hij fictie nodig heeft om de werkelijkheid te verklaren. Echter: door het echtpaar Falk komt er een ‘feitelijk’ verhaal op zijn pad, dat hij kan gebruiken om de werkelijkheid te verklaren.
De werkelijkheid wordt gesuggereerd door:
· Citaten van schrijvers en filosofen.
· Dagboekfragment Eva Braun.
Himmler bedenkt een complot: Eva Braun zou een Joodse grootmoeder hebben. Siegfried zou dus voor 1/8 deel Jood zijn. Hij kan Hitler niet opvolgen, anders nemen de Joden uiteindelijk toch weer de macht over. Siegfried moet dood. Siegfried is nooit volwassen geworden en behoudt zijn onschuld. Zijn dood refereert aan de bijbelpassage waarin Abraham zijn zoon Isaac moet offeren.
Himmler wou graag zelf de opvolger zijn van Hitler.
Leesverslag Willem Jan Otten – Specht en zoon
Korte inhoudsweergave
De hoofdpersoon van de roman is de portretschilder Felix Vincent. Hij krijgt van Valéry Specht het verzoek om zijn overleden adoptiezoon te schilderen. Normaal gesproken werkt de schilder alleen ‘naar het leven’, maar wegens geldnood aanvaardt hij de opdracht. De opdrachtgever komt het schilderij echter niet ophalen. De schilder heeft beloofd dat hij nooit met iemand over de opdracht zou spreken, iemand het schilderij zou laten zien of er een foto van zou maken. Felix houdt zich echter niet aan deze belofte en toont de journaliste Minke Depuis het doek. Zij vertelt Felix dat Valéry een pedofiel is en dat de jongen die hij heeft geschilderd, waarschijnlijk één van zijn seksslaafjes is geweest. Felix is geschokt en hij verbrandt het schilderij, de foto’s en de videobanden van de jongen. Hierna gaat Felix naar het ziekenhuis. Zijn vrouw bevalt van hun zoon Stijn. Bij thuiskomst, blijkt dat Valéry op Felix staat te wachten. Valéry weet dat Felix zijn belofte verbroken heeft: de journaliste is bij hem geweest. Valéry geeft Felix de opdracht om Singer opnieuw te schilderen.
Vertelperspectief
Er is sprake van een ik-
Ruimte
De roman speelt zich of in en rondom de Gooise villa Nimmerdor. Het grootste deel van de roman speelt zich af in het atelier van Felix.
Tijd
Het verhaal wordt chronologisch verteld. De vertelde tijd is ongeveer twee jaar.
Personages
De hoofdpersoon van het boek is Felix Vincent. Felix is een round character. Hij is portretschilder die alleen naar het leven schildert (‘als het niet naar het leven is, dan is het niets’). Hij heeft zelfs grote moeite om Cindy te schilderen. Cindy was de eerste persoon met een facelift die hij zou portretteren. Nog moeilijker is de opdracht van Valéry om zijn overleden zoon te schilderen, maar wegens geldnood (hij heeft geld nodig om de villa van Lidewij’s tante te kunnen kopen) aanvaardt hij de opdracht. Tijdens het schilderen denkt Felix terug aan zijn jeugd. Het portret van Singer doet hem denken aan zijn jeugdvriend Tijn.
Het doek kan ook een soort personage genoemd worden. Het doek is een round character. Het vertelt het verhaal van zijn eigen schepping. Het doek heeft sterk de wens om van betekenis te zijn, om tot leven te worden gewekt, om te bestaan.
De andere personages zijn flat characters: Lidewij (de vrouw van Vincent), Minke Depuis (de journaliste die vroeger een relatie met Felix heeft gehad) en Valéry Specht (kunstverzamelaar en baggermagnaat).
Motieven
· De schepping. Het doek vertelt het verhaal van zijn eigen schepping en Stijn wordt verwekt en geboren.
· De dood. Singer is ‘dood’, Specht is ongeneeslijk ziek en bijna dood, tijdens de bevalling overlijdt Lidewij bijna.
· De bijbel. In de roman komen allerlei bijbelse verwijzingen voor, zoals naar het kruis van Christus bij de beschrijving van het schilderslinnen, de schilder wordt ‘schepper’ genoemd, Fleix wil aanvankelijk een piëta (voorstelling van Maria met het dode lichaam van Jezus op haar schoot) schilderen, het verhaal speelt rond Pasen, Felix en zijn vrouw hebben een Vaticaanse kalender, de vergelijking van het schilderij met de lijkwade van Jezus.
· Erotiek. Felix kijkt regelmatig pornofilms, na voltooiing van het schilderij van Singer maakt hij zijn vrouw zwanger en als Lidewij in het ziekenhuis ligt, heeft hij een vrijpartij met Minke.
· De verhouding tussen vader en zoon. Valéry bestelt een schilderij van zijn overleden zoon en Felix worstelt met het aanstaande vaderschap.
· Schaamte. Felix schaamt zich voor het laten vallen van zijn jeugdvriend Tijn, het bekijken van porno, het zich laten leiden door financiële motieven bij de acceptatie van de opdracht van Valéry en het overspel met Minke.
· Schilderen.
· Kunstenaarschap.
Thema
Het thema van de roman is het verlies van onschuld. Felix begint aan een onschuldige opdracht: het schilderen van de overleden adoptiezoon van Valéry Specht. Dit verandert nadat Minke het schilderij heeft gezien. Zij vertelt de schilder dat Specht een pedofiel is en dat de jongen die hij heeft geschilderd, waarschijnlijk één van zijn seksslaafjes is geweest. Felix is bang dat hij beschuldigd zal worden van betrokkenheid bij pedofilie en mensenhandel en verbrandt en verloochent het schilderij. Felix verliest daarnaast ook nog eens zijn onschuld door vreemd te gaan met Minke als zijn vrouw in het ziekenhuis ligt.
In verschillende interviews heeft Otten erop gewezen dat hij deze thematiek rechtstreeks uit de bijbel heeft gehaald. Petrus verliest zijn onschuld na de arrestatie van Jezus. Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat er een haan gekraaid heeft, zul je mij driemaal verloochenen.’ (Matteus 26:75)
Stijl
Het meest opvallende aan de stijl van de roman is het ontbreken van aanhalingstekens in de dialogen tussen de romanfiguren.
Discussiepunten voor het werkcollege
· Waarom heeft Otten voor het bijzondere vertelperspectief van een schilderij gekozen?
· Wat betekenen de woorden van Valéry Specht op bladzijde 37: ‘Je redt er een leven
mee’?
(Valéry wil Singer door middel van het schilderij het besef geven dat hij echt
van hem hield)
· Waarom wacht Valéry Specht zo lang met het ophalen van het schilderij?
· Is Valéry Specht een pedofiel of niet? Leeft Singer of is hij dood?
· Waarom staan de dialogen tussen de romanfiguren niet tussen aanhalingstekens?
· Waarom wordt het kind ‘Stijn’ genoemd? (Stijn = Singer + Tijn???)
Aantekeningen werkcollege
Thematiek:
· Opstanding. Maar ook: geloof in de opstanding. Als je niet in de opstanding gelooft, dan komt deze ook niet tot stand.
· Felix schiet tekort: hij gelooft Specht niet en hij vernietigt uiteindelijk het schilderij.
· Ander terrein dan religie om de opstanding gestalte te geven, namelijk de kunst. De kunst is in staat om de dood te overwinnen.
· Een schilder is in staat om een overleden persoon tot leven te wekken. Niet alleen Felix Vincent moet overigens in staat zijn om een dode tot leven te wekken, maar ook degene die naar het schilderij kijkt.
· Otten nodigt ons uit om ons te identificeren met het schilderij, om ons ongeloof opzij te zetten.
Minke speelt de rol van de slang: zij is letterlijk en figuurlijk de verleidster.
· Ze verleidt Felix en heeft seks met hem.
· Ze vertelt roddels door (Specht is een pedofiel) en ze verbreekt beloftes.
Felix beeldt Singer af als herinnering aan Tijn om hem uit zijn eenzaamheid te verlossen.
Leesverslag Margriet de Moor – De verdronkene
Opmerking: dit is geen boekverslag zoals de anderen, omdat ik samen met drie andere studenten een referaat heb gehouden over deze roman. Hieronder zijn alleen mijn bijdrage en de aantekeningen naar aanleiding van de centrale discussie weergegeven.
Motto
We beginnen de presentatie met een verklaring van de twee motto’s aan het begin van
de roman.
1. Het is alsof de tijd niet meer recht voor ons uitloopt, in een vervagende
lijn, maar als een bochtige draad parallel tussen ons in. ( William Faulkner, Uit:
“Terwijl ik op sterven lag”)
2. Es bellen die Hunde, es rasseln die Ketten, Die “Menschen
schlafen in ihren Betten (Wilhelm Muller/Frans Schubert, Uit: “Winterreise”)
Beide
motto’s zijn goed te verklaren.
1. De levens van de zussen Lidy en Armanda zijn inderdaad
als een bochtige draad aan elkaar verbonden en worden in de roman door elkaar verteld.
In het verhaal over Lidy kruipt de tijd heel langzaam vooruit, terwijl de tijd in
het verhaal over Armanda met sprongen vooruit springt. Voor Lidy loopt de tijd inderdaad
niet meer recht voor haar uit, zij denkt alleen nog maar aan overleven en niet meer
aan de toekomst.
2. Het motto vertaald: “De honden blaffen en de kettingen rammelen, maar de mensen blijven slapen in hun bedden.” In de roman vertelt Lidy dat de mensen in Zeeland op 31 januari eigenlijk gewoon naar bed gingen, terwijl er een enorm zware storm op komst was. De mensen waren niet ongerust, omdat ze gewend waren dat het water enkele keren per jaar hoger kwam. Niemand kon natuurlijk vermoeden dat precies deze nacht een enorm hoge springvloed op komst was.
Op bladzijde 299 is als het ware nog een derde motto te vinden. Het is een gedicht van Slauerhoff:
Zoals de stormwind de wolken
Waar de zee geen kusten meer heeft
En de hemel geen sterren over
Drijft nu de stroom van mijn gedachten
Door ’t ledige ruim van mijn geest.
Ze ontmoeten geen tegenstand meer,
Drommen samen – ijlen uiteen.
Dit gedicht verbindt deel IV en deel V aan elkaar. De eerste regels verwijzen terug naar de overstroming en de laatste regels wijzen vooruit naar de imaginaire ontmoeting van de twee zussen. De dementerende Armanda voert een gesprek met de geestesverschijning van Lidy. Ze halen jeugdherinneringen op. Armanda legt verantwoording af over de reden van haar verzoek om Lidy naar Zeeland te sturen. Armanda geeft toe dat ze jaloers was op Lidy en dat ze Sjoerd graag voor zichzelf wilde hebben. Armanda heeft heel veel moeite gehad om de plaats van Lidy in te nemen. Na deze bekentenis kan Armanda eindelijk afstand nemen van haar zus en haar eigen weg gaan.
Vertelperspectief
Er is sprake van een alwetende verteller. Als lezer kijk je afwisselend mee met de laatste levensdagen van Lidy en met het leven van Armanda. Bijna ieder hoofdstuk wisselt het perspectief van Lidy naar Armanda. De blik van de alwetende verteller stelt de schrijfster in staat om allerlei feitelijke gegevens over de ramp en de periode daarna door het verhaal te mengen, omdat ze over de hoofden van de personages heenkijkt. Zo worden we voortdurend geïnformeerd over allerlei weersomstandigheden tijdens de watersnoodramp, de moeilijkheden tijdens het identificeren van de lijken en de enorme investeringen van de overheid in de Deltawerken ter voorkoming van een nieuwe ramp.
Alleen in deel V en bij de brief aan Nadja is er geen sprake van een alwetende verteller.
Personages
De hoofdpersonen van deze roman zijn de zussen Lidy en Armanda. Lidy is een flat character en Armanda is een round character. Zelf heeft Margriet de Moor in een interview gezegd dat de storm ook een hoofdpersoon is.
De zussen lijken qua uiterlijk enorm op elkaar: ze hebben beiden smalle schouders, donker haar en emeraldgroene ogen. Daarnaast bezoeken ze dezelfde scholen, zijn de beiden goed in talen en ze vallen natuurlijk voor dezelfde man. De gelijkenis tussen de zussen komt later in de presentatie aan de orde bij de behandeling van het dubbelgangersmotief.
Ondanks hun uiterlijke gelijkenis, verschillen de karakters van de zussen enorm van elkaar. Lidy staat positief en krachtig in het leven, terwijl Armanda negatief en heel erg onzeker in het leven staat. Eigenlijk staat Armanda al vanaf haar jeugd in de schaduw van haar oudere zus. Dat verandert op de dag dat Armanda haar zus vraagt om op 31 januari 1953 in haar plaats de zevende verjaardag van haar petekind in Zeeland bij te wonen. Armanda wilde namelijk enorm graag naar een feest van haar vriendin Betsy. Lidy laat zich verleiden tot dit uitstapje. Zeeland wordt juist die avond getroffen door een enorme ramp en Lidy verdrinkt. Haar lichaam wordt pas 30 jaar later teruggevonden.
Voor de lezer is het vanaf het begin af aan duidelijk dat Lidy de ramp niet zal overleven. Daar zorgen de vooruitwijzingen van de verteller wel voor. Maar het lijkt alsof Lidy zelf de ernst van de situatie niet goed in kan schatten. De houding van Lidy is tot het einde toe heel erg nuchter. Ze probeert allerlei mensen om haar heen te redden en ook probeert ze zichzelf tot het laatst toe te redden van de verdrinkingsdood. Ze is echter niet opgewassen tegen het geweld van de natuur. Slechts één keer raakt ze in paniek, namelijk het moment vlak voordat ze verdrinkt. Op bladzijde 328 lezen we: ‘Eén ogenblik sloeg ik op tilt. Jammer jammer jammer, dacht ik, ik had dat recept van pannenkoekjes met door het beslag geklopte gembersnippers nog willen uitproberen.’
Na de vermissing van Lidy kan Armanda eindelijk uit de schaduw van haar oudere zus
treden. Armanda krijgt eindelijk wat ze begeerde, namelijk het leven van haar zus.
Armanda geniet van het feest en het intieme dansen met Sjoerd. Aanvankelijk vindt
Armanda het fijn om voor Sjoerd en haar nichtje Nadja te zorgen, totdat duidelijk
wordt dat Lidy nooit meer terug zal keren. Vanaf dat moment heeft Armanda niet meer
het gevoel dat ze haar eigen leven kan leiden. Ze voelt zich verplicht om na de vermissing
de rol van Lidy over te nemen, die bovendien voor haar gevoel op ieder moment terug
kan keren. We lezen dit op bladzijde 234 ‘Weet je wat ik nog steeds weleens denk?
Lidy is maar een dagje weg en rekent erop dat ik het leven wel eventjes waarneem,
netjes, fatsoenlijk, zoals ik verdomme ook inderdaad doe. O Jezus, je kent dat oude
verhaal van Beatrijs toch? Met de heilige Maria, verdomd sportief, die de stand-
Het is niet geheel ten onrechte dat Armanda hier een parallel trekt tussen de Beatrijs-
Maar waarom voelt Armanda zich verplicht de rol van Lidy over te nemen? Armanda verklaart dit niet expliciet, maar het is voor ons duidelijk dat dit te maken heeft met schuldgevoel. Armanda heeft haar zus naar Zeeland gestuurd en hoewel ze natuurlijk nooit die enorme en noodlottige springvloed kon vermoeden, was haar motief om Lidy die bewuste avond weg te sturen niet helemaal zuiver. Armanda was verliefd op de man van haar zus en wilde met Sjoerd naar het feestje van zijn halfzus Betsy.
Armanda heeft dus het idee dat ze Lidy’s plaatsvervanger is. Ze trouwt met Sjoerd en ze voedt het dochtertje van haar zus op. Ze krijgt met Sjoerd nog twee kinderen, maar ze zal altijd het meest van Nadja blijven houden. Uiteindelijk gaat Lidy zelfs de dingen eten die haar zus het liefste at.
Eigenlijk gaan er twee zussen dood: Lidy, de verdronkene, verdrinkt in het water en Armanda, de verdrongene, verdrinkt in het leven dat niet het hare is. Aan het einde van de roman komen de beide levens samen. Armanda verblijft in een verzorgingstehuis demente bejaarden en praat in gedachten met haar zus.
Aantekeningen werkcollege
Rolverwisseling:
· Armanda trekt een parallel tussen de Beatrijs-
· Maria neemt de rol over van Beatrijs, zoals Armanda de rol overneemt van Lidy.
· Na ongeveer 30 jaar keert Beatrijs terug naar het klooster en na 30 jaar wordt ook het lichaam van Lidy teruggevonden.
Fataliteit:
· Fataliteit: hoe een klein, onschuldig voorval kan leiden tot iets afschuwelijks.
· Het plot van het verhaal is erop gebaseerd dat Armanda Lidy erop uitstuurt.
· Armanda is niet helemaal onschuldig, maar ze had niet kunnen voorzien dat deze ramp zou gebeuren.
· Onbewuste verlangens kunnen leiden tot daden die je niet meer in de hand hebt.
· Het schuldgevoel van Armanda wordt niet geëxpliciteerd, maar wel gesuggereerd.
Verhouding tussen werkelijkheid en fictie:
· Heel veel feiten rondom bijvoorbeeld de weersomstandigheden worden uitgelegd in gesprekken met deskundigen, waarmee Armanda toevallig (!!!) in gesprek raakt en waarop vervolgens een soort college volgt.
· In het boek worden heel veel namen genoemd. Dit geeft de indruk dat het boek een objectief verslag is.
· De alwetende verteller kan alles overzien. Weet ook hoe de orkaan zich ontwikkeld heeft. Heeft een panoramisch perspectief. Wil ons ervan doordringen dat alles berust op toeval.
· Dramatische ironie: de toeschouwer weet meer dan de personages.
· Uit het leven van Armanda zijn allerlei dramatische hoogtepunten weggelaten.
Overeenkomsten met De tweeling van Tessa de Loo:
· In De tweeling staan ook twee zussen centraal.
· De één komt in Duitsland en de ander in Nederland terecht.
· Twee lijnen die zich van elkaar ontwikkelen als gevolg van historische gebeurtenissen.
· Beide zussen worden gescheiden door het lot.
De verdrongene:
· Zowel Lidy als Armanda.
· De zussen zitten elkaar in de weg.
· Lidy: zowel heldin als slachtoffer van de omstandigheden.
Neiging van De Moor: in barre omstandigheden komt het beste in mensen naar boven.
Leesverslag Patricia de Martelaere – Het onverwachte antwoord
Korte inhoudsweergave
In deze roman staat Godfried H. centraal. Zelf komt hij nauwelijks aan het woord. Aan het woord komen vijf vrouwen die allemaal een andere relatie met hem hebben. In het eerste deel van de roman neemt iedere vrouw een apart hoofdstuk voor haar rekening. De lezer is getuige van de dagelijkse belevenissen van de vrouwen, hun herinneringen en gesprekken met hun omgeving. Het tweede gedeelte van de roman bestaat uit een liefdesbrief. Het lijkt veel op een collectieve brief van de vijf vrouwen aan Godfried H. In de afzonderlijke passages herken je steeds weer een andere vrouw die aan het woord is. Uiteindelijk lijkt het erop of de vijf vrouwen met elkaar versmelten. In het laatste hoofdstuk komt de dochter (S.) van Godfried H. aan het woord. Zij laat hem verhalen voorlezen om haar angsten onder controle te kunnen houden.
Het onverwachte antwoord vertoont overigens een parallel met Geheel de uwe van Conny Palmen. Vanuit het perspectief van vijf vrouwen wordt verteld over het leven van Mon Schwartz, die duidelijk veel weg heeft van Ischa Meijer.
Vertelperspectief
Er is sprake van een wisselend auctoriaal vertelperspectief. Patricia de Martelaere laat de vrouwen in het leven van Godfried H. afwisselend naar hem kijken.
Tijd
Er is geen sprake van een duidelijk gemarkeerd tijdsverloop.
Ruimte
Er is geen sprake van duidelijke gemarkeerde ruimten.
Personages
· Godfried H.: man van middelbare leeftijd, schrijver (hij zegt overigens zelf dat hij een hekel heeft aan schrijven), docent literatuur, hij heeft slechts één bal, hij heeft een baard en een snor, hij is niet monogaam, hij heeft vier kinderen met Anna (twee dochters, twee zonen), waarvan één zoon overleden (verdronken) is, hij doet zijn boodschappen bij Carrefour. Bijna alles wat we over hem te weten komen, wordt ons verteld door de vrouwen in zijn omgeving. Zelf komt hij nauwelijks aan het woord etc. Iedere vrouw schetst een deel van hem. Nergens vernemen we zijn volledige naam.
· Esther: portretschilderes, die een portret van Godfried H. maakt, heeft een kortstondige affaire met Godfried H.
· Clara: geneticus, minnares van Godfried H., getrouwd met een andere man en moeder van twee kinderen.
· Anna: psychoanalytica, vrouw van Godfried H. Ze weet dat haar man buitenechtelijke relaties heeft, maar het raakt haar niet.
· Sybille: patiënte van Anna, manisch-
· Marina: ex-
· S.: de dochter van Godfried H.
Motieven
· Tekenen
· Biologisch onderzoek
· Psychoanalyse van Freud
· Overspel
· Liefde
· Obsessie: alle vrouwen lijken geobsedeerd te zijn door één man, Godfriend H.
· De relatie tussen filosofie en literatuur
· Identiteit: hoe zien de vrouwen zichzelf en Godfriend H.?
· Rilke (Duitse dichter, hij volgt in zijn gedichten een spoor dat verwant is aan de filosofie van zijn tijd, namelijk die van Arthur Schopenhauer en met name Friedrich Nietzsche. Dit spoor leidt enerzijds tot een radicale afrekening van de vanzelfsprekendheden van het westelijke christendom en anderzijds tot eenzelfde afrekening met de moderne natuurwetenschappelijke verklaringspogingen van de werkelijkheid. Bron: Wikipedia.)
Thema
De obsessie voor de man van wie de vijf vrouwen allemaal bezeten zijn.
Daarnaast wil ik nog een thema noemen: de gedachtewereld/gevoelswereld van mensen.
Discussiepunten voor het werkcollege
Zoals misschien uit mijn leesverslag blijkt, vind ik het moeilijk om iets over het boek te zeggen. Het boek roept bij mij vooral heel erg veel vragen op. Ik heb totaal geen idee wat de bedoeling van de schrijfster met dit boek is. Misschien levert enig inzicht hierin ook enige waardering op.
De vragen die ik na het lezen van dit boek heb, zijn:
· Wat stelt de tekening op de kaft van het boek voor?
Het is een schilderij van René
Magritte. Het stelt een gesloten deur voor waarin een menselijk silhouet is uitgesneden.
Blijkbaar is er net iemand (letterlijk) door de deur heen gegaan. De prezieze identiteit
van die persoon en zijn of haar beweegredenen moeten wij raden, maar de contouren
van zijn aanwezigheid blijven ook na het vertrek onverminderd zichtbaar. Men kan
zelfs stellen dat, juist door die leegte, de kijker des te sterker gefascineerd raakt
door de afwezige persoon. Ook Godfried H. treedt in de roman niet rechtstreeks op
en komt slechts sporadisch aan het woord. De lezer achterhaalt zijn levensverhaal
en zijn persoonlijkheid slechts mondjesmaat en indirect, via het relaas van de diverse
vrouwen. Godfried H. domineert het bestaan van elk van deze vrouwen. Elke vrouw brengt
slechts een gedeelte van die complexe man aan de oppervlakte, ook al doordat hun
verhalen sterk door hun eigen visie op het verlangen en de liefde wordt gekleurd
(bron: juryrapport Ako-
· Waarom zijn alle vrouwen zo geobsedeerd door Godfried H.? Wat is er zo bijzonder aan hem?
· Welke rol speelt filosofie in dit werk?
· Wie schrijft/schrijven de liefdesbrief? Is de brief geschreven door vijf vrouwen of één vrouw?
· Wat is de (niet gestelde) vraag en wat is het onverwachte antwoord?
· Staat Godfried H. (symbolisch gezien) gelijk aan God in de liefdesbrief?
Voor veel
mensen vormt God de zin van het leven, voor de vijf vrouwen vormt Godfried H. de
zin van het leven. De schrijfster van de brief. Zegt dat haar tweede naam Maria Magdalena
is.
Aantekeningen werkcollege
Modernisme
Waarheid:
· Gaat het over de waarheid, de mogelijkheid om de waarheid te kennen?
· Modernisme: waarheidsclaim, idee dat het ‘ik’ authentiek is
· Post-
· Wat is de positie van dit boek?
Het boek gaat in feite om een aantal vrouwen die hun best doen om GH te leren kennen, maar je kunt hem niet leren kennen, hij is een aantal schillen rond een afwezige kern = poststructureel kenmerk: enkel feiten, geen individu. GH is de door de vrouwen genoemde kenmerken.
Relatie met Romantiek: ‘ik’, expressie van het individu
Er zijn alleen basale feiten over GH bekend
De liefdesbrief:
· In het ‘ik’ zitten alle personages
· Collectief bewustzijn
· Minnaressen worden verwisselbaar
· Twijfel over positie Anna (vrouw of minnares)
· De afzonderlijke identiteiten lossen op in de massa
· Alles is inwisselbaar, er is niet zoiets als een unieke biografie
Laatste hoofdstuk zet tegenkracht in werking:
· Vader-
· Eindigt met een antwoord: ‘ja’
· Godfried voelt eindelijk iets
· Liefde voor minaressen niet uniek
· Onverwachte kant van Godfried H.: liefhebbende vader, staat haaks op al het voorafgaande
· Tegenstelling antwoord ‘ja’ met kernwoord ‘nee’ (zie motieven)
· Ontkrachting van zijn onwil om met anderen relaties aan te gaan.
Kaft:
· Geforceerde opening, deur waar iemand dwars doorheen gelopen is
· Doet denken aan parabel van Kafka (gebouw Wet: hij wil daarin. Hij mag er niet in, vraagt steeds of hij erin mag. Als hij bijna dood is, gaat bewaker weg. Waarom ga je weg? Omdat deze opening speciaal voor jou is)
· Of: GH is een silhouet, waar we niets van weten
Niet uitdrukkelijk keuze voor modernisme of post-
In de roman is er een vraag naar de authenticiteit van de ‘ik’ en de onkenbaarheid van de waarheid. De Martelaere laat de vraag open. Haar positie zit op de breuk van tegenstellingen. Het idee is dat er nog wel grip gekregen kan worden op de werkelijkheid.
Het collectief: de vrouwen delen dingen met elkaar (bijv. Yves Klein), geen eigen individuele keuze. De Martelaere speelt met collectieve kennis/intertekstualiteit, de lezer wordt erbij betrokken. Soms heel nuttige associaties, soms lijkt de link minder functioneel (zo algemeen dat het niet meer markerend is voor iemands karakter, bijv. Beatles, Bach). Het onvermogen om iets authentieks te doen.
Darwin en Freud zeggen beiden dat iedereen deel is van bepaalde processen.
De Martelaere speelt met clichés: ze laat zien dat we niet anders zijn dan een cliché en dat onze reacties cliché zijn.
God, mystiek
GH wordt in verband gebracht met God: van hem weten we ook niets af
Frases uit de mystiek, citaten van Hadewych: verlangen naar God omschreven als liefdesrazernij
Mystieke en erotische verlangen hebben ook hier nadrukkelijk met elkaar te maken
Geweld, erotiek en religie staan in elkaars verband
Het samensmelten met God, loskomen van jezelf
De manier waarop dit beschreven wordt, doet denken aan de theorie van Bataille (extases en zelfverminking)
Kijken, waarnemen
Belangrijk motief: kijken, waarnemen om iets vast te kunnen leggen en te interpreteren
Portretteren van een persoon lijkt op sessie van een psycho-
Veel van onze waarnemingen loopt via de zintuigen
Water
Belangrijk motief, met name verdrinkingsdood
Water staat voor opgaan in het grotere geheel, verlangen om op te lossen of verlangen naar de moederschoot (Freud)
Opgaan in het grotere geheel om er niet meer te zijn: mystiek
Verlangen naar overgave, maar tegelijkertijd de angst ervoor → lijkt paradoxaal, maar psychologisch hoort het erbij
Speaking names
Namen in het boek zijn bewust gekozen (bijv. Anna: dochter Freud)