

Hieronder staat een werkstuk dat ik heb geschreven in het kader van het college Inleiding
tot de Nederlandse letterkunde van de Vroegmoderne Tijd in het tweede semester 2005-
Veel leesgenot!
‘Valsche’ en ‘waare’ vriendschap
Transcriptie en interpretatie van twee sonnetten van J.N. Esgers (1752-
Voorwoord
Dit werkstuk is geschreven in het kader van het college ‘Inleiding letterkunde van
de vroegmoderne tijd’ van de opleiding Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit
van Leiden in het collegejaar 2005-
Johannes Nicolaas Esgers (1752-
Johannes Nicolaas Esgers werd in 1752 in Amsterdam geboren als zoon van de predikant en latere Leidse hoogleraar theologie Leonardus Esgers.
Over Esgers’ leven is weinig bekend. In Den Haag was hij vanaf 1773 werkzaam als notaris, later ook als procureur. Op een bepaald moment, vanaf ongeveer 1779, is hij (daarnaast?) vertaalwerk gaan doen: voornamelijk Franse blijspelen. Ook ging hij zelf schrijven: toneelstukken en gedichten.
Vanaf 1780 was Esgers in de leer bij de Haagse uitgever-
Er is weinig met zekerheid bekend over Esgers’ werk als uitgever. Hij bewoog zich
in patriotse kringen, maar ook weer niet in de voorste gelederen. Hij had kennelijk
een tijdschrift geschreven en uitgegeven dat enig rumoer veroorzaakte in het orangistische
kamp en hij was misschien betrokken bij meer patriotse geschriften. In september
1782 werd hij samen met de graveur Anton Stegweij en diens zoon Hendrik Ulrich opgepakt
wegens het vervaardigen en verkopen van een anti-
Van de dichter zijn de volgende werken bekend2: Dichtlievende Uitspanningen, bestaande
in zeede-
1 De biografische gegevens over Esgers zijn ontleend aan CERUTTI 2002.
2 De opsomming van de werken van Esgers is ontleend aan FREDERIKS 1888.
Dichtlievende uitspanningen
De bundel Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-
Esgers heeft zijn bundel opgedragen aan zijn neef Hendrik van den Heuvell Leendertz, die hem volgens de opdracht heeft aangespoord tot het schrijven ervan. De neef komt nog een keer ter sprake in de bundel: één van de gelegenheidsgedichten is geschreven ter ere van het huwelijk tussen Hendrik van den Heuvell en zijn verloofde Constantia Maria de Monge op 23 mei 1780.
In het voorwoord ‘aan den lezer’ vermeldt Esgers uitdrukkelijk dat hij zich bewust is van het feit dat zijn dichtwerk niet van uitmuntende kwaliteit is. Esgers hoopt zich met deze oefening verder te bekwamen in de dichtkunst. Zijn woorden komen recht uit het hart en hij hoopt de lezer te raken. Hij heeft ervoor gewaakt om tot vleien te vervallen, waarvoor de gemiddelde lezer immers weinig belangstelling heeft. In plaats daarvan heeft de dichter algemene onderwerpen behandeld.
De dichtbundel bestaat uit vijf afdelingen: zedegedichten (zoals ‘Aansporing tot deugd’), gelegenheidsgedichten (zoals ‘Gedachten, op de laatsten dag van ’t jaar’), klinkdichten (zoals ‘De bedrooge Boer’), mengeldichten (zoals ‘Valsche vriendschap’ en ‘Waare Vriendschap’) en een kort toneelstuk (‘De Bedrooge Mof’).
‘Valsche’ en ‘waare’ vriendschap
‘Valsche vriendschap’ en ‘Waare vriendschap’ zijn metrisch verzen, ofwel verzen waarin de beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in regelmatige patronen zijn te verdelen. De gedichten hebben een tamelijk jambisch patroon.
De twee gedichten hebben ieder de vorm van een Italiaans sonnet: ze bestaan uit veertien
versregels van ongeveer gelijke lengte. Deze veertien versregels zijn verdeeld in
een octaaf (de eerste acht regels) en een sextet (de laatste zes regels). Ieder octaaf
bestaat uit twee kwatrijnen (van vier regels) en ieder sextet uit twee terzetten
(van drie regels). Beide sonnetten hebben het rijmschema abba-
Zoals de titel al aangeeft, gaat het sonnet ‘Valsche vriendschap’ over vriendschap die niet eerlijk of niet oprecht is. De auteur wijst de lezer erop dat je in tijden dat het in materieel opzicht goed met je gaat vaak veel vrienden hebt (regel 1), waardoor je op dat moment, op het eerste gezicht, aangenaam leeft (regel 2). Zolang je je vrienden goede wijn en lekker eten aanbiedt (regel 3), zullen ze je trouw blijven (regel 4). Maar vanaf het moment dat het in materieel opzicht wat minder met je gaat (regel 5), en je door je goedheid tot armoede bent vervallen (regel 6), zul je hun ware aard leren kennen (regel 7): dan spreken ze alleen nog maar minachtend over je (regel 8). Dan wordt je vrijgevigheid met ondankbaarheid beloond (regel 9). Er is geen enkele vriend, die van tevoren lovend over je sprak, die je nu niet vernedert (regel 10). Jouw ongeluk maakt je vrienden zelfs blij (regel 11). Zelfs je beste vriend blijkt, diep in zijn hart, heel erg slecht te zijn (regel 12). Zodra hij verneemt dat je ongelukkig bent, lijkt hij aangedaan (regel 13), maar hij zegt tegelijkertijd: ‘Hij was te goed.’ Probeer zulke gemene mensen te ontwijken (regel 14).
Het sonnet ‘Waare vriendschap’ vormt de tegenhanger van het sonnet ‘Valsche vriendschap’, samen vormen ze een schitterend tweeluik. Volgens de auteur zijn er ook vrienden waar je wel op kunt bouwen (regel 1), vrienden die jouw diepste verdriet met je willen delen (regel 2), vrienden die je steeds met raad en daad terzijde staan (regel 3), vrienden aan wie je gerust je diepste geheimen kunt toevertrouwen (regel 4). Een oprechte en deugdzame vriend (regel 5) geeft je openhartig zijn raad (regel 6), geeft je door zijn woorden een goed gevoel (regel 7) en toont belangeloosheid in alles wat hij doet (regel 8). Als je zo’n vriend hebt, dan ervaar je het werkelijke geluk en lijkt het alsof je op aarde in de hemel leeft (regel 9). Omdat dit soort vriendschap je hart een goed gevoel geeft (regel 10), mag je je terecht zeer gelukkig noemen (regel 11). Omdat het hart valse vriendschap haat (regel 12), waarop veel mensen toch onbezonnen vertrouwen (regel 13), mag je echte vriendschap prijzen (regel 14).
Esgers heeft niet alleen over het onderwerp vriendschap een tweeluik opgenomen in zijn dichtbundel. Onder hetzelfde onderdeel ‘mengeldichten’ staan twee gedichten opgenomen met de titels ‘De pligt van eenen vader omtrent zijne kinderen’ en ‘Pligt der kinderen jegens hunne ouders’.
Een universeel thema
De bundel Dichtlievende uitspanningen bevat een grote diversiteit aan gedichten over allerlei onderwerpen. Waarom is mijn keuze op deze twee sonnetten gevallen? Ik vind niets mooier dan een gedicht of een roman te lezen waarin ik mezelf herken. Dat geeft me een gevoel van verbondenheid, van verwantschap. Ik zit op dezelfde golflengte als de schrijver. Ik sta niet alleen in mijn opvattingen, er zijn mensen die mijn gevoelens delen. Deze sonnetten over vriendschap gaven mij het gevoel van herkenning. Helaas heb ik in het verleden regelmatig ervaren dat ‘waare’ vrienden toch ‘valsche’ vrienden bleken te zijn.
Vriendschap is natuurlijk iets heel persoonlijks: de een beschouwt iemand snel als vriend, zelf ben ik iets voorzichtiger. Ik heb veel goede kennissen en maar een paar goede vrienden en vriendinnen. Hoewel iedereen wel weet wat vriendschap is, kan niemand het precies definiëren. Wel zijn er mooie gedichten en verhalen over vriendschap. Esgers heeft een poging gedaan om te beschrijven wat ‘waare’ en ‘valsche’ vriendschap is.
Het gedicht ‘Waare vriendschap’ deed me overigens meteen denken aan het bekende gedicht van Toon Hermans:
Je hebt iemand nodig
Stil en oprecht
Die als het erop aankomt
Voor je bidt en voor
je vecht
Pas als je iemand hebt
Die met je lacht en met je grient
Dan pas kun je
zeggen
Ik heb een vriend
Kortom: de sonnetten van Esgers hebben ook in deze tijd nog een grote waarde, vriendschap is immers een universeel thema. Zoals de auteur zelf al aangeeft in zijn voorwoord aan de lezer, is hij geen groot virtuoos op het gebied van de dichtkunst, maar zijn woorden komen recht uit het hart. In tegenstelling tot het taalgebruik van ‘grote’ dichters als Hooft, Vondel en Huygens, is het taalgebruik van Esgers erg toegankelijk, waardoor je niet snel afgeschrikt wordt om de sonnetten te lezen.
Bibliografie
CERUTTI 2002 – Sofie Cerutti: ‘Johannes Nicolaas Esgers (1752-
FREDERIKS 1888 – J.G. Frederiks: Biographisch woordenboek der Noord-
Bijlage 1: Kritische transcriptie
Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-
De spelling van de s is aan het hedendaagse gebruik aangepast.
VALSCHE VRIENDSCHAP
Zoo lang ge in voorspoed leeft, zult gy veel’ vrienden tellen;
Waar door gy, voor dien tyd, in schyn, vermaak’lyk leeft:
Zoo lang gy goeden wyn, en lekk’re spysen geeft;
Zoo lang ziet gy, dat zy u steeds getrouw verzellen.
Maar! als het los Geluk eens van u is geweken;
En dat uw goedheid u tot armoê heeft gebracht;
Is ’t vrugt’loos, dat gy nog op deese vrienden wacht:
Dan hoort men hen steeds, met verachting, van u spreeken.
Dan word uw Gulheid, door ondankbaarheid, beloond;
Geen een, die u steeds prees, die u niet zwaar dan hoond:
Zy zullen zelf zich nog, in uwen ramp, verblyden.
De beste van den hoop, schoon, in zyn hart, zeer slegt,
Als hy uw ramp verneemt, schynt aangedaan, en zegt:
HY WAS TE GOED. Wil dus die laage zielen myden.
WAARE VRIENDSCHAP
Hy, die een’ Vriend heeft, op wiens Vriendschap hy kan bouwen;
Een Vriend, die, met zyn hart, deeld in zyn zielsverdriet;
Een’ vriend, die hem, met raad en daad, steeds hulpe biet;
Een’ vriend, aan wien hy kan zyn hartsgeheim betrouwen;
Een vriend, oprecht van hart, en Deugdsaam, in zyn’ wandel;
Die hem zijn vriendenraad gulhartig meededeeld;
Die door zyn vriendentaal, zyn hart en ooren streeld;
Die onbaatzuchtigheid betoond, in all’ zyn handel.
Dees’ smaakt de waare vreugd, den Hemel hier op aard’,
En, daar de Vriendschap, in zyn hart, ’t genoegen baard,
Mag hy, met recht, daar door, zich zeer gelukkig noemen.
Ja! daar zyn zuiver hart geveinsde vriendschap haat,
Waar op zich meenig een te reukeloos verlaat,
Mag hy op het genot van WAARE VRIENDSCHAP roemen.
Bijlage 2: Diplomatische transcriptie
Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-
De spelling van de s en y/ij en de interpunctie zijn aan het hedendaagse gebruik aangepast. De abbreviaturen zijn stilzwijgend opgelost.
Valsche1 vriendschap
1 Zoo lang ge in voorspoed2 leeft, zult gij vele vrienden tellen;
2 Waar door gij, voor dien tijd3, in schijn4, vermakelijk5 leeft:
3 Zoo lang gij goeden wijn, en lekkere spijsen6 geeft;
4 Zoo lang ziet gij, dat zij u steeds getrouw7 verzellen8.
5 Maar! als het los9 Geluk eens van u is geweken;
6 En dat uw goedheid u tot armoede heeft gebracht;
7 Is ’t vrugteloos10, dat gij nog op deese vrienden wacht:
8 Dan hoort men hen steeds, met verachting11, van u spreeken.
9 Dan word uw gulheid12, door ondankbaarheid, beloond;
10 Geen een, die u steeds prees, die u niet zwaar dan hoond13:
11 Zij zullen zelf zich nog, in uwen ramp, verblijden14.
12 De beste van den hoop, schoon15, in zijn hart, zeer slegt,
13 Als hij uw ramp verneemt, schijnt aangedaan, en zegt:
14 ‘Hij was te goed.’ Wil dus die laage zielen16 mijden17.
________________________________________________________
1 valsch: met een bedrieglijk oogmerk, niet eerlijk, niet oprecht (WNT betekenis 4)
2 voorspoed: welvaart (WNT betekenis 1)
3 dien tijd: toenmaals (WNT onder tijd, betekenis 3a)
4 in schijn: bij oppervlakkige beschouwing, doch niet in werkelijkheid (WNT onder schijn, betekenis 7a)
5 vermakelijk: aangenaam (WNT betekenis 1)
6 spijsen: voedsel, voeding, eten (WNT onder spijs, betekenis 1)
7 getrouw: trouw (WNT betekenis 1)
8 verzellen: omgaan met, omgang hebben met; vertoeven bij of in het gezelschap van (WNT betekenis 3)
9 los: onzeker (WNT betekenis 15)
10 vrugteloos: vergeefs (WNT onder vruchteloos, betekenis 2)
11 verachting: minachting (WNT betekenis 2)
12 gulheid: goedgeefsheid, vrijgevigheid, gastvrijheid (WNT betekenis 4)
13 hoond: vernederen (WNT onder hoonen)
14 verblijden: blij maken, vrolijk stemmen (WNT betekenis 2a)
15 schoon: ofschoon, hoewel (WNT betekenis C, 3)
16 zielen: mens, schepsel, persoon (WNT onder ziel, betekenis II, 5)
17 mijden: iemand (of zijn gezelschap, zijn omgang) ontwijken of trachten te ontwijken (WNT betekenis 7)
Waare1 vriendschap
1 Hij, die een vriend heeft, op wiens vriendschap hij kan bouwen;
2 Een vriend, die, met zijn hart, deeld in zijn zielsverdriet2;
3 Een vriend, die hem, met raad en daad, steeds hulpe biet;
4 Een vriend, aan wien hij kan zijn hartsgeheim3 betrouwen4;
5 Een vriend, oprecht van hart, en deugdsaam, in zijn wandel5;
6 Die hem zijn vriendenraad gulhartig6 meededeeld;
7 Die door zijn vriendentaal, zijn hart en ooren streeld;
8 Die onbaatzuchtigheid7 betoond, in al zijn handel8.
9 Dees smaakt9 de waare vreugd, den hemel hier op aard,
10 En, daar de vriendschap, in zijn hart, ’t genoegen baard10,
11 Mag hij, met recht, daar door, zich zeer gelukkig noemen.
12 Ja! daar zijn zuiver hart geveinsde vriendschap haat,
13 Waar op zich meenig een te reukeloos11 verlaat12,
14 Mag hij op het genot van waare vriendschap roemen13.
________________________________________________________
1 waare: werkelijke, echte (WNT onder waar IV, betekenis 3)
2 zielsverdriet: zeer intens verdriet (WNT betekenis 1)
3 hartsgeheim: zeer intiem geheim, zeer diep geheim
4 betrouwen: toevertrouwen (WNT betekenis B 2)
5 wandel: levenswijze, gedrag, doen en laten, manier van doen (WNT betekenis 4)
6 gulhartig: welgemeend, ongeveinsd, ongedwongen, openhartig (WNT betekenis 2)
7 onbaatzuchtigheid: belangeloosheid
8 handel: iemands gedrag (WNT betekenis 3)
9 smaakt: leert kennen, ervaart (WNT onder smaken, betekenis 2)
10 baard: veroorzaakt (WNT onder baren, betekenis 4)
11 reukeloos: onbezonnen, onberaden, ondoordacht (WNT onder reukeloos II, betekenis 1)
12 verlaat: vertrouwt (WNT onder verlaten I, betekenis 5)
13 roemen: met lof spreken over (WNT betekenis II 3)
Bijlage 3: Hedendaagse vertaling
Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-
Hieronder staat een hedendaagse vertaling in eenentwintigste-
Onoprechte vriendschap
1 Zolang het goed met je gaat, zul je veel vrienden hebben
2 Waardoor je op dat moment, op het eerste gezicht, aangenaam leeft
3 Zolang je goede wijn en lekker eten geeft
4 Zolang zie je, dat ze je steeds trouw vergezellen
5 Maar zodra het geluk je eenmaal heeft verlaten
6 En je goedheid je tot armoede heeft gebracht
7 Is het vergeefs dat je nog op deze vrienden wacht
8 Dan hoor je ze steeds, met minachting, over je praten
9 Dan wordt je vrijgevigheid met ondankbaarheid beloond
10 Er is geen enkele vriend, die jou steeds prees, die je nu niet vernedert
11 Jouw ongeluk maakt je vrienden zelfs blij
12 Zelfs je beste vriend is, diep in zijn hart, heel slecht
13 Als hij ziet dat je ongelukkig bent, schijnt hij ontroerd, en hij zegt
14 ‘Hij was te goed.’ Probeer zulke gemene mensen te ontwijken
Oprechte vriendschap
1 Hij, die een vriend heeft op wie hij kan bouwen
2 Een vriend, die met zijn hart het intens verdriet deelt
3 Een vriend, die hem met raad en daad, steeds hulp biedt
4 Een vriend, aan wie hij zijn diepste geheim kan toevertrouwen
5 Een oprechte en deugdzame vriend
6 Die zijn vriend zijn raad openhartig geeft
7 Die zijn vriend door zijn woorden een goed gevoel geeft
8 Die belangeloosheid toont, bij alles wat hij doet
9 Hij ervaart het werkelijke geluk, de hemel hier op aarde
10 En, omdat de vriendschap, in zijn hart, het geluk veroorzaakt
11 Mag hij zich daarom, terecht, zeer gelukkig noemen
12 Ja, omdat zijn zuiver hart valse vriendschap haat
13 Waarop veel mensen onbezonnen vertrouwen
14 Mag hij met lof spreken over echte vriendschap