wp7ca9f6fd.png
wpeb664b97.png
www.nederlandseliteratuur.info

Hieronder staat een werkstuk dat ik heb geschreven in het kader van het college Inleiding tot de Nederlandse letterkunde van de Vroegmoderne Tijd in het tweede semester 2005-2006 aan de Universiteit Leiden. De noten - inclusief literatuurverwijzingen - zijn weggevallen. Wie interesse heeft in een exemplaar met noten en literatuurverwijzingen kan een e-mail sturen naar marjoleingommers@home.nl

Veel leesgenot!

 

‘Valsche’ en ‘waare’ vriendschap

Transcriptie en interpretatie van twee sonnetten van J.N. Esgers (1752-?)

 

Voorwoord

 

Dit werkstuk is geschreven in het kader van het college ‘Inleiding letterkunde van de vroegmoderne tijd’ van de opleiding Nederlandse taal en cultuur aan de Universiteit van Leiden in het collegejaar 2005-2006. Tijdens de collegereeks heb ik een bundel ‘mengelpoëzie’ toegewezen gekregen, waaruit ik twee sonnetten heb gekozen: ‘Valsche vriendschap’ en ‘Waare vriendschap’ uit de bundel Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-, Geleegenheids-, Klink- en Mengel-dichten mitsgaders toneel-poësy (1781) van Johannes Nicolaas Esgers. Dit werkstuk bevat informatie over de auteur, de dichtbundel en de eerder genoemde sonnetten, waarvan een kritische transcriptie, een diplomatische transcriptie en een vertaling zijn opgenomen in respectievelijk bijlage 1, 2 en 3.

 

Johannes Nicolaas Esgers (1752-?)1

 

Johannes Nicolaas Esgers werd in 1752 in Amsterdam geboren als zoon van de predikant en latere Leidse hoogleraar theologie Leonardus Esgers.

Over Esgers’ leven is weinig bekend. In Den Haag was hij vanaf 1773 werkzaam als notaris, later ook als procureur. Op een bepaald moment, vanaf ongeveer 1779, is hij (daarnaast?) vertaalwerk gaan doen: voornamelijk Franse blijspelen. Ook ging hij zelf schrijven: toneelstukken en gedichten.

Vanaf 1780 was Esgers in de leer bij de Haagse uitgever-boekhandelaar Gerard du Mee, die een boekhandel annex leesbibliotheek dreef op de hoek van de Nieuwstraat en uitgever was van Esgers toneelwerk. Du Mee deed in Franse, Duitse en Nederlandse boeken en was gespecialiseerd in juridische werken. In juli 1781 nam Esgers de zaak van hem over.

Er is weinig met zekerheid bekend over Esgers’ werk als uitgever. Hij bewoog zich in patriotse kringen, maar ook weer niet in de voorste gelederen. Hij had kennelijk een tijdschrift geschreven en uitgegeven dat enig rumoer veroorzaakte in het orangistische kamp en hij was misschien betrokken bij meer patriotse geschriften. In september 1782 werd hij samen met de graveur Anton Stegweij en diens zoon Hendrik Ulrich opgepakt wegens het vervaardigen en verkopen van een anti-orangistische prent. Esgers werd naar de gevangenis (waarschijnlijk de Gevangenpoort) overgebracht. Op 13 februari 1783 werd hij veroordeeld tot het betalen van een boete van drieduizend guldens en eeuwige verbanning uit Holland en West-Friesland. Na de veroordeling is van Esgers verder niets meer vernomen.

 

Van de dichter zijn de volgende werken bekend2: Dichtlievende Uitspanningen, bestaande in zeede-, geleegenheids-, klink- en mengeldichten, mitsgaders tooneelpoëzy (1781), Zacharias of de ontaarde vader (1781) en Het loon der standvastige liefde (1779). Verder vertaalde Esgers onder andere de volgende stukken uit het Frans: De advocaat Patelijn (1795), Gelukkiglijk (1779), De ongehuwde (1779), Het school voor de burgers (1781), Tom Jones (1779) en Zeloïde (1779).

 

 

1 De biografische gegevens over Esgers zijn ontleend aan CERUTTI 2002.

2 De opsomming van de werken van Esgers is ontleend aan FREDERIKS 1888.

 

Dichtlievende uitspanningen

 

De bundel Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-, Geleegenheids-, Klink- en Mengel-dichten mitsgaders toneel-poësy verscheen in 1781. De bundel is uitgegeven door de auteur zelf. De drukker ervan is onbekend.

Esgers heeft zijn bundel opgedragen aan zijn neef Hendrik van den Heuvell Leendertz, die hem volgens de opdracht heeft aangespoord tot het schrijven ervan. De neef komt nog een keer ter sprake in de bundel: één van de gelegenheidsgedichten is geschreven ter ere van het huwelijk tussen Hendrik van den Heuvell en zijn verloofde Constantia Maria de Monge op 23 mei 1780.

In het voorwoord ‘aan den lezer’ vermeldt Esgers uitdrukkelijk dat hij zich bewust is van het feit dat zijn dichtwerk niet van uitmuntende kwaliteit is. Esgers hoopt zich met deze oefening verder te bekwamen in de dichtkunst. Zijn woorden komen recht uit het hart en hij hoopt de lezer te raken. Hij heeft ervoor gewaakt om tot vleien te vervallen, waarvoor de gemiddelde lezer immers weinig belangstelling heeft. In plaats daarvan heeft de dichter algemene onderwerpen behandeld.

De dichtbundel bestaat uit vijf afdelingen: zedegedichten (zoals ‘Aansporing tot deugd’), gelegenheidsgedichten (zoals ‘Gedachten, op de laatsten dag van ’t jaar’), klinkdichten (zoals ‘De bedrooge Boer’), mengeldichten (zoals ‘Valsche vriendschap’ en ‘Waare Vriendschap’) en een kort toneelstuk (‘De Bedrooge Mof’).

 

‘Valsche’ en ‘waare’ vriendschap

 

‘Valsche vriendschap’ en ‘Waare vriendschap’ zijn metrisch verzen, ofwel verzen waarin de beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in regelmatige patronen zijn te verdelen. De gedichten hebben een tamelijk jambisch patroon.

De twee gedichten hebben ieder de vorm van een Italiaans sonnet: ze bestaan uit veertien versregels van ongeveer gelijke lengte. Deze veertien versregels zijn verdeeld in een octaaf (de eerste acht regels) en een sextet (de laatste zes regels). Ieder octaaf bestaat uit twee kwatrijnen (van vier regels) en ieder sextet uit twee terzetten (van drie regels). Beide sonnetten hebben het rijmschema abba-cddc-eef-ggf. Vaak komt na het octaaf een inhoudelijke wending, waarna het sextet als tweede deel volgt. Vaak is er een antithese of tegenstelling tussen octaaf en sextet (bijvoorbeeld algemeen – bijzonder, abstract – concreet , objectief – subjectief). Hiervan is in deze sonnetten echter geen sprake.

Zoals de titel al aangeeft, gaat het sonnet ‘Valsche vriendschap’ over vriendschap die niet eerlijk of niet oprecht is. De auteur wijst de lezer erop dat je in tijden dat het in materieel opzicht goed met je gaat vaak veel vrienden hebt (regel 1), waardoor je op dat moment, op het eerste gezicht, aangenaam leeft (regel 2). Zolang je je vrienden goede wijn en lekker eten aanbiedt (regel 3), zullen ze je trouw blijven (regel 4). Maar vanaf het moment dat het in materieel opzicht wat minder met je gaat (regel 5), en je door je goedheid tot armoede bent vervallen (regel 6), zul je hun ware aard leren kennen (regel 7): dan spreken ze alleen nog maar minachtend over je (regel 8). Dan wordt je vrijgevigheid met ondankbaarheid beloond (regel 9). Er is geen enkele vriend, die van tevoren lovend over je sprak, die je nu niet vernedert (regel 10). Jouw ongeluk maakt je vrienden zelfs blij (regel 11). Zelfs je beste vriend blijkt, diep in zijn hart, heel erg slecht te zijn (regel 12). Zodra hij verneemt dat je ongelukkig bent, lijkt hij aangedaan (regel 13), maar hij zegt tegelijkertijd: ‘Hij was te goed.’ Probeer zulke gemene mensen te ontwijken (regel 14).

Het sonnet ‘Waare vriendschap’ vormt de tegenhanger van het sonnet ‘Valsche vriendschap’, samen vormen ze een schitterend tweeluik. Volgens de auteur zijn er ook vrienden waar je wel op kunt bouwen (regel 1), vrienden die jouw diepste verdriet met je willen delen (regel 2), vrienden die je steeds met raad en daad terzijde staan (regel 3), vrienden aan wie je gerust je diepste geheimen kunt toevertrouwen (regel 4). Een oprechte en deugdzame vriend (regel 5) geeft je openhartig zijn raad (regel 6), geeft je door zijn woorden een goed gevoel (regel 7) en toont belangeloosheid in alles wat hij doet (regel 8). Als je zo’n vriend hebt, dan ervaar je het werkelijke geluk en lijkt het alsof je op aarde in de hemel leeft (regel 9). Omdat dit soort vriendschap je hart een goed gevoel geeft (regel 10), mag je je terecht zeer gelukkig noemen (regel 11). Omdat het hart valse vriendschap haat (regel 12), waarop veel mensen toch onbezonnen vertrouwen (regel 13), mag je echte vriendschap prijzen (regel 14).

Esgers heeft niet alleen over het onderwerp vriendschap een tweeluik opgenomen in zijn dichtbundel. Onder hetzelfde onderdeel ‘mengeldichten’ staan twee gedichten opgenomen met de titels ‘De pligt van eenen vader omtrent zijne kinderen’ en ‘Pligt der kinderen jegens hunne ouders’.

 

Een universeel thema

 

De bundel Dichtlievende uitspanningen bevat een grote diversiteit aan gedichten over allerlei onderwerpen. Waarom is mijn keuze op deze twee sonnetten gevallen? Ik vind niets mooier dan een gedicht of een roman te lezen waarin ik mezelf herken. Dat geeft me een gevoel van verbondenheid, van verwantschap. Ik zit op dezelfde golflengte als de schrijver. Ik sta niet alleen in mijn opvattingen, er zijn mensen die mijn gevoelens delen. Deze sonnetten over vriendschap gaven mij het gevoel van herkenning. Helaas heb ik in het verleden regelmatig ervaren dat ‘waare’ vrienden toch ‘valsche’ vrienden bleken te zijn.

Vriendschap is natuurlijk iets heel persoonlijks: de een beschouwt iemand snel als vriend, zelf ben ik iets voorzichtiger. Ik heb veel goede kennissen en maar een paar goede vrienden en vriendinnen. Hoewel iedereen wel weet wat vriendschap is, kan niemand het precies definiëren. Wel zijn er mooie gedichten en verhalen over vriendschap. Esgers heeft een poging gedaan om te beschrijven wat ‘waare’ en ‘valsche’ vriendschap is.

Het gedicht ‘Waare vriendschap’ deed me overigens meteen denken aan het bekende gedicht van Toon Hermans:

 

Je hebt iemand nodig
Stil en oprecht
Die als het erop aankomt
Voor je bidt en voor je vecht
Pas als je iemand hebt
Die met je lacht en met je grient
Dan pas kun je zeggen
Ik heb een vriend

 

Kortom: de sonnetten van Esgers hebben ook in deze tijd nog een grote waarde, vriendschap is immers een universeel thema. Zoals de auteur zelf al aangeeft in zijn voorwoord aan de lezer, is hij geen groot virtuoos op het gebied van de dichtkunst, maar zijn woorden komen recht uit het hart. In tegenstelling tot het taalgebruik van ‘grote’ dichters als Hooft, Vondel en Huygens, is het taalgebruik van Esgers erg toegankelijk, waardoor je niet snel afgeschrikt wordt om de sonnetten te lezen.

 

Bibliografie

 

CERUTTI 2002 – Sofie Cerutti: ‘Johannes Nicolaas Esgers (1752-?): handel in idealen in de patriottentijd’. In: Anna de Haas (red.): Achter slot en grendel: schrijvers in Nederlandse gevangenschap 1700-1800. Zutphen [etc.]: Walburg Pers [etc.], 2002, p. 175-181.

 

FREDERIKS 1888 – J.G. Frederiks: Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. Amsterdam: L.J. Veen, 1888. (Geraadpleegd via de DBNL)

 

Bijlage 1: Kritische transcriptie

 

Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-, Geleegenheids-, Klink- en Mengel-dichten mitsgaders toneel-poësy, p. 96-97. ’s-Gravenhage, 1781. UBL 1202 D 31.

 

De spelling van de s is aan het hedendaagse gebruik aangepast.

 

 

VALSCHE VRIENDSCHAP

 

Zoo lang ge in voorspoed leeft, zult gy veel’ vrienden tellen;

  Waar door gy, voor dien tyd, in schyn, vermaak’lyk leeft:

  Zoo lang gy goeden wyn, en lekk’re spysen geeft;

Zoo lang ziet gy, dat zy u steeds getrouw verzellen.

 

Maar! als het los Geluk eens van u is geweken;

  En dat uw goedheid u tot armoê heeft gebracht;

  Is ’t vrugt’loos, dat gy nog op deese vrienden wacht:

Dan hoort men hen steeds, met verachting, van u spreeken.

 

  Dan word uw Gulheid, door ondankbaarheid, beloond;

  Geen een, die u steeds prees, die u niet zwaar dan hoond:

Zy zullen zelf zich nog, in uwen ramp, verblyden.

 

  De beste van den hoop, schoon, in zyn hart, zeer slegt,

  Als hy uw ramp verneemt, schynt aangedaan, en zegt:

HY WAS TE GOED. Wil dus die laage zielen myden.

 

 

WAARE VRIENDSCHAP

 

Hy, die een’ Vriend heeft, op wiens Vriendschap hy kan bouwen;

  Een Vriend, die, met zyn hart, deeld in zyn zielsverdriet;

  Een’ vriend, die hem, met raad en daad, steeds hulpe biet;

Een’ vriend, aan wien hy kan zyn hartsgeheim betrouwen;

 

Een vriend, oprecht van hart, en Deugdsaam, in zyn’ wandel;

  Die hem zijn vriendenraad gulhartig meededeeld;

  Die door zyn vriendentaal, zyn hart en ooren streeld;

Die onbaatzuchtigheid betoond, in all’ zyn handel.

 

  Dees’ smaakt de waare vreugd, den Hemel hier op aard’,

  En, daar de Vriendschap, in zyn hart, ’t genoegen baard,

Mag hy, met recht, daar door, zich zeer gelukkig noemen.

 

  Ja! daar zyn zuiver hart geveinsde vriendschap haat,

  Waar op zich meenig een te reukeloos verlaat,

Mag hy op het genot van WAARE VRIENDSCHAP roemen.

 

Bijlage 2: Diplomatische transcriptie

 

Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-, Geleegenheids-, Klink- en Mengel-dichten mitsgaders toneel-poësy, p. 96-97. ’s-Gravenhage, 1781. UBL 1202 D 31.

 

De spelling van de s en y/ij en de interpunctie zijn aan het hedendaagse gebruik aangepast. De abbreviaturen zijn stilzwijgend opgelost.

 

Valsche1 vriendschap

 

1 Zoo lang ge in voorspoed2 leeft, zult gij vele vrienden tellen;

2    Waar door gij, voor dien tijd3, in schijn4, vermakelijk5 leeft:

3    Zoo lang gij goeden wijn, en lekkere spijsen6 geeft;

4 Zoo lang ziet gij, dat zij u steeds getrouw7 verzellen8.

  

5 Maar! als het los9 Geluk eens van u is geweken;

6    En dat uw goedheid u tot armoede heeft gebracht;

7    Is ’t vrugteloos10, dat gij nog op deese vrienden wacht:

8 Dan hoort men hen steeds, met verachting11, van u spreeken.

  

9    Dan word uw gulheid12, door ondankbaarheid, beloond;

10    Geen een, die u steeds prees, die u niet zwaar dan hoond13:

11 Zij zullen zelf zich nog, in uwen ramp, verblijden14.

  

12    De beste van den hoop, schoon15, in zijn hart, zeer slegt,

13    Als hij uw ramp verneemt, schijnt aangedaan, en zegt:

14 ‘Hij was te goed.’ Wil dus die laage zielen16 mijden17.

 

________________________________________________________

 

1 valsch: met een bedrieglijk oogmerk, niet eerlijk, niet oprecht (WNT betekenis 4)

2 voorspoed: welvaart (WNT betekenis 1)

3 dien tijd: toenmaals (WNT onder tijd, betekenis 3a)

4 in schijn: bij oppervlakkige beschouwing, doch niet in werkelijkheid (WNT onder schijn, betekenis 7a)

5 vermakelijk: aangenaam (WNT betekenis 1)

6 spijsen: voedsel, voeding, eten (WNT onder spijs, betekenis 1)

7 getrouw: trouw (WNT betekenis 1)

8 verzellen: omgaan met, omgang hebben met; vertoeven bij of in het gezelschap van (WNT betekenis 3)

9 los: onzeker (WNT betekenis 15)

10 vrugteloos: vergeefs (WNT onder vruchteloos, betekenis 2)

11 verachting: minachting (WNT betekenis 2)

12 gulheid: goedgeefsheid, vrijgevigheid, gastvrijheid (WNT betekenis 4)

13 hoond: vernederen (WNT onder hoonen)

14 verblijden: blij maken, vrolijk stemmen (WNT betekenis 2a)

15 schoon: ofschoon, hoewel (WNT betekenis C, 3)

16 zielen: mens, schepsel, persoon (WNT onder ziel, betekenis II, 5)

17 mijden: iemand (of zijn gezelschap, zijn omgang) ontwijken of trachten te ontwijken (WNT betekenis 7)

 

Waare1 vriendschap

 

1 Hij, die een vriend heeft, op wiens vriendschap hij kan bouwen;

2    Een vriend, die, met zijn hart, deeld in zijn zielsverdriet2;

3    Een vriend, die hem, met raad en daad, steeds hulpe biet;

4 Een vriend, aan wien hij kan zijn hartsgeheim3 betrouwen4;

  

5 Een vriend, oprecht van hart, en deugdsaam, in zijn wandel5;

6    Die hem zijn vriendenraad gulhartig6 meededeeld;

7    Die door zijn vriendentaal, zijn hart en ooren streeld;

8 Die onbaatzuchtigheid7 betoond, in al zijn handel8.

  

9    Dees smaakt9 de waare vreugd, den hemel hier op aard,

10    En, daar de vriendschap, in zijn hart, ’t genoegen baard10,

11 Mag hij, met recht, daar door, zich zeer gelukkig noemen.

  

12    Ja! daar zijn zuiver hart geveinsde vriendschap haat,

13    Waar op zich meenig een te reukeloos11 verlaat12,

14 Mag hij op het genot van waare vriendschap roemen13.

 

________________________________________________________

 

1 waare: werkelijke, echte (WNT onder waar IV, betekenis 3)

2 zielsverdriet: zeer intens verdriet (WNT betekenis 1)

3 hartsgeheim: zeer intiem geheim, zeer diep geheim

4 betrouwen: toevertrouwen (WNT betekenis B 2)

5 wandel: levenswijze, gedrag, doen en laten, manier van doen (WNT betekenis 4)

6 gulhartig: welgemeend, ongeveinsd, ongedwongen, openhartig (WNT betekenis 2)

7 onbaatzuchtigheid: belangeloosheid

8 handel: iemands gedrag (WNT betekenis 3)

9 smaakt: leert kennen, ervaart (WNT onder smaken, betekenis 2)

10 baard: veroorzaakt (WNT onder baren, betekenis 4)

11 reukeloos: onbezonnen, onberaden, ondoordacht (WNT onder reukeloos II, betekenis 1)

12 verlaat: vertrouwt (WNT onder verlaten I, betekenis 5)

13 roemen: met lof spreken over (WNT betekenis II 3)

 

Bijlage 3: Hedendaagse vertaling

 

Johannes Nicolaas Esgers: Dichtlievende uitspanningen, bestaande in Zeede-, Geleegenheids-, Klink- en Mengel-dichten mitsgaders toneel-poësy, p. 96-97. ’s-Gravenhage, 1781. UBL 1202 D 31.

 

Hieronder staat een hedendaagse vertaling in eenentwintigste-eeuws Nederlands. Tijdens dit proces is het oorspronkelijke rijm en het metrum verloren gegaan. Tot de doelgroep van deze vertaling reken ik alle middelbare scholieren uit de bovenbouw van havo en vwo.

 

Onoprechte vriendschap

 

1 Zolang het goed met je gaat, zul je veel vrienden hebben

2    Waardoor je op dat moment, op het eerste gezicht, aangenaam leeft

3    Zolang je goede wijn en lekker eten geeft

4 Zolang zie je, dat ze je steeds trouw vergezellen

  

5 Maar zodra het geluk je eenmaal heeft verlaten

6    En je goedheid je tot armoede heeft gebracht

7    Is het vergeefs dat je nog op deze vrienden wacht

8 Dan hoor je ze steeds, met minachting, over je praten

  

9    Dan wordt je vrijgevigheid met ondankbaarheid beloond

10    Er is geen enkele vriend, die jou steeds prees, die je nu niet vernedert

11 Jouw ongeluk maakt je vrienden zelfs blij

  

12    Zelfs je beste vriend is, diep in zijn hart, heel slecht

13    Als hij ziet dat je ongelukkig bent, schijnt hij ontroerd, en hij zegt

14 ‘Hij was te goed.’ Probeer zulke gemene mensen te ontwijken

 

Oprechte vriendschap

 

1 Hij, die een vriend heeft op wie hij kan bouwen

2    Een vriend, die met zijn hart het intens verdriet deelt

3    Een vriend, die hem met raad en daad, steeds hulp biedt

4 Een vriend, aan wie hij zijn diepste geheim kan toevertrouwen

  

5 Een oprechte en deugdzame vriend

6    Die zijn vriend zijn raad openhartig geeft

7    Die zijn vriend door zijn woorden een goed gevoel geeft

8 Die belangeloosheid toont, bij alles wat hij doet

  

9    Hij ervaart het werkelijke geluk, de hemel hier op aarde

10    En, omdat de vriendschap, in zijn hart, het geluk veroorzaakt

11 Mag hij zich daarom, terecht, zeer gelukkig noemen

  

12    Ja, omdat zijn zuiver hart valse vriendschap haat

13    Waarop veel mensen onbezonnen vertrouwen

14 Mag hij met lof spreken over echte vriendschap